10.11. De oorsprong van het systeem

Hoe is dit verbazingwekkende systeem ooit tot stand kunnen komen? De evolutionistische antwoorden zijn vaag en onbevredigend wanneer ze nader onderzocht worden. Crick deed zijn best om dit probleem uit te leggen, al was het duidelijk dat hij niet wilde erkennen dat er een bovennatuurlijke factor bij betrokken is. Dit is zijn verklaring:

"De volgende stappen lijken moeilijk en zijn niet gemakkelijk te bestuderen. Op het moment waarop natuurlijke selectie begon… waren er toen alleen maar aminozuren en geen eiwitten? Of was het andersom? Waren er alleen maar eiwitten en geen aminozuren? Het probleem van deze alternatieven is het volgende. Als we alleen maar eiwitten hadden, dan is het niet gemakkelijk om een eenvoudig replicatieproces voor te stellen. Maar als we alleen nucleïdezuren hadden (die de replicatie gemakkelijk maken) dan is het moeilijk om in te zien hoe nucleïdezuren de benodigde katalytische activiteit konden leveren. Een derde mogelijkheid, die voor mij veelbelovend lijkt, is dat er zowel nucleïdezuren als eiwitten waren toen natuurlijke selectie begon, en dat de synthese van eiwitten gekoppeld was aan nucleïdezuren zoals dat vandaag de dag ook gebeurt. Op het eerste gezicht lijkt het hoogst onwaarschijnlijk dat dit gecompliceerde mechanisme door toeval zou kunnen zijn ontstaan, maar het is zeer wel mogelijk dat een primitieve versie ervan op die manier begon en dat dit – hoewel het niet perfect was - toch nauwkeurig genoeg was om het systeem te laten werken.

Het werkelijke probleem van de oorsprong van het leven is dat het experimentele bewijs dat aantoont wat lang geleden plaatsvond is verdwenen. Het enige wat we nog hebben is een zekere hoeveelheid 'bevroren geschiedenis' in de organismen zoals we ze vandaag de dag waarnemen. Dit maakt het wetenschappelijk zeer moeilijk, omdat het onvermijdelijk is dat er meer theorieën zullen zijn dan feiten om ze te weerleggen."
[1]

Wanneer we dat citaat nog eens goed lezen en zorgvuldig overwegen, blijkt dr. Cricks verklaring "dat het zeer wel mogelijk is" niets meer dan een greep in het duister. Crick heeft later nog uitvoeriger geprobeerd om een evolutionistisch plan te bedenken voor de oorsprong van de code en de eiwitsynthese. [2] Na nijvere inspanningen heeft hij ons nog steeds geen plausibel idee te bieden.

Oparins boeken beschouwen de noodzaak van een gedetailleerd model. Maar in zijn werken berust de hoop op succes volledig op natuurlijke selectie. Dit zou moeten plaatsvinden vóórdat er processen bestonden om nauwkeurige kopieën van de componenten te maken. Voor die fase kan hij geen betere optie aandragen dan een vaag soort toevallige splitsing. Zoals we gezien hebben is natuurlijke selectie onmogelijk zonder nauwkeurige duplicatie van alle noodzakelijk componenten.

Bioloog Gary E. Parker gebruikt de volgende toepasselijke analogie:

"Geen enkel onderdeel van een vliegtuig kan zelfstandig vliegen. Alleen een compleet vliegtuig kan vliegen. Een vliegtuig, zo lijk het, is een hoop niet-vliegende onderdelen die georganiseerd zijn om te vliegen...
Geen enkel moleculair onderdeel van een levende cel kan zelfstandig leven. Alleen de cel als geheel kan leven. Een levende cel, zo lijkt het, is een hoop niet-levende moleculen georganiseerd om te leven.
Organisatie, niet materie, lijkt het verschil te zijn tussen leven en niet-leven."
[3]

Volgende pagina


1 Francis H. C. Crick, Of Molecules and Men (Seattle: University of Washington Press, 1966), pp. 69 70. [Terug naar de tekst]

2 Francis H. C. Crick, "The Origin of the Genetic Code", Journal of Molecular Biology, vol. 38 (1968), pp. 367-379. [Terug naar de tekst]

3 Gary E. Parker, "Origin of Life on Earth", Bible-Science Newsletter, Vol. VIII, No. 12 (15 december 1970), p. 4. [Terug naar de tekst]