1.4. De waarde van zekerheid voor jezelf

Om succesvol te zijn in het leven heeft een mens een gevoel van zelfvertrouwen nodig. Het is belangrijk dat de levensfilosofie van een mens een sterke basis van zekerheid biedt, zonder dat er twijfels over de hoofdzaken blijven bestaan. Als een mens een betekenisvol leven wil leiden, is het cruciaal dat hij begrijpt waar het leven over gaat. Alleen dan is een mens het best uitgerust, logisch gezien, om wetenschappelijk onderzoek te doen en het te begrijpen. Anders is de kans groot dat hij zijn tijd verdoet met vruchteloze inspanningen.

Elke moderne mens met een normale intelligentie vraagt zich vroeger of later af: Wie of wat heeft ons of het heelal gemaakt? Is de mens slechts een "verbeterde aap"? Is de hele kosmos "slechts een mechanische dans van atomen", zoals C.S.Lewis het materialistische wereldbeeld beschreef? [1] Is er geen Auteur, geen reden voor de dingen die bestaan? Of is er een Kracht die boven de natuur staat en die alle dingen voor het een of andere doel heeft gemaakt?

Het maakt een aanzienlijk verschil uit wat we op dit gebied geloven. Als ons bestaan door toeval is ontstaan, dan hoeven we aan niemand verantwoording af te leggen. In het praktische leven zouden er dan geen beperkende regels zijn, behalve de regels die we zelf kiezen en de regels die ons door andere mensen en natuurlijke wetten worden opgelegd. [2]

Als we daarentegen het produkt zijn van een intelligente bron, dan moeten we ons daarvan bewust zijn. Als het heelal een Eigenaar heeft, zou een weigering om met Hem mee te werken wel eens gevolgen kunnen hebben.

Waar kan iemand beginnen met zijn zoektocht naar de waarheid aangaande deze sleutelkwestie? De meest voor de hand liggende informatiebron is het heelal om ons heen, of de "natuur". Daarom kan de bestudering van het fysieke heelal ons helpen om een sterke filosofie over leven en wetenschap op te bouwen. Sinds de ontdekking van de DNA-structuur heeft menig wetenschapper zichzelf ongetwijfeld de volgende vraag gesteld, op zijn minst in het geniep: kan deze opmerkelijke levenscode en zijn complexe vertaalmachine uitgelegd worden zonder een Ontwerper met een ontzagwekkende intelligentie te postuleren?

Als je de mogelijkheid van het bestaan van een intelligente Kracht achter het heelal in overweging neemt, dan is het logisch om te proberen te achterhalen of Hij zichzelf of zijn waarheid aan zijn intelligente schepselen heeft geopenbaard op een directere manier dan de natuur, omdat het redelijk lijkt dat dit dan het geval zou zijn.

Er bestaan veel "heilige boeken" die beweren zo’n bovennatuurlijke oorsprong te hebben. Van al deze werken blijkt alleen de Bijbel als zodanig te rechtvaardigen. Een groot aantal verschillende argumenten kan hiertoe worden aangedragen. De Bijbel beweert bovendien op een speciale manier "ingegeven" te zijn door God, maar goed, dat beweren ook sommige andere "heilige boeken", in het verleden en in het heden. Maar in het geval van de Bijbel heeft Hal Lindsey in zijn bestseller The Late Great Planet Earth ("Wijlen de grootse planeet aarde") duidelijk gemaakt hoe de vele nauwkeurige, gedetailleerde profetieën van de Bijbel, die vele eeuwen of millennia vóór hun precieze vervulling werden geschreven, ons sterke objectieve redenen geven om te geloven dat de Bijbel in feite is wat hij beweert te zijn. [3]

We hebben objectieve bronnen van bewijs besproken op onze zoektocht naar de waarheid waarop we een levensfilosofie kunnen bouwen, alsmede gezonde metafysische aannamen voor een wetenschappelijk wereldbeeld. Als we vervolgens de stap zetten naar een subjectief of ‘innerlijk’ domein, dan kan de situatie wazig worden. Natuurlijk zou een bovennatuurlijk Wezen gemakkelijk de waarheid kunnen openbaren aan het innerlijk bewustzijn van de mens. Maar dramatische subjectieve ervaringen zouden net zo goed kunnen voortkomen uit heel natuurlijke of aardse oorzaken, zoals drugs of mentale afwijkingen. Het is daarom belangrijk dat we een objectieve waarheid hebben waartegen we de geldigheid van onze innerlijke ervaringen kunnen afzetten. Een subjectieve ervaring die voortkomt uit een bovennatuurlijke bron zou volkomen echt en correct kunnen zijn, maar zonder enig objectief bewijs waarmee dit bevestigd kan worden, zouden we het gevaar lopen dit abusievelijk aan "God" toe te kennen. Als een eerste conclusie, alvorens verder te gaan met onze studie van de wetenschap, kunnen we zeggen dat er twee objectieve hoofdbronnen zijn waaruit we informatie kunnen verzamelen: de natuur en de Bijbel. Ideeën van andere mensen en uit ons eigen redeneren kunnen eveneens behulpzaam zijn, als deze logisch uit deze primaire bronnen zijn afgeleid.

Zowel de natuur als de Bijbel bieden uitkomst wanneer we antwoorden zoeken op de vraag naar de oorsprong van het leven. Het moet in het voorbijgaan vermeld worden dat de oorsprong van het leven een onderwerp is dat buiten het bereik van de observationele en experimentele wetenschap valt, met uitzondering van speculatie gebaseerd op huidige omstandigheden. Desalniettemin hebben vele biologen en andere wetenschappers al een enorme hoeveelheid tijd en aandacht aan het onderwerp besteed, omdat het bijzonder interessant is en omdat sommigen onder hen wellicht de voorkeur zouden geven aan een naturalistische verklaring.

Wat de Bijbel betreft leven we in een tijd waarin een groot aantal mensen niet tot een diepe overtuiging is gekomen wat betreft zijn nauwkeurigheid en bovennatuurlijke inspiratie. Dit maakt het voor hen onmogelijk om hun zoektocht te beginnen met compleet vertrouwen in het gezag van de Bijbel als de waarheid waarop hun filosofie gebaseerd kan worden. Het is interessant dat de Bijbel zelf erkent dat zulke mensen een tastbaarder basis nodig hebben waarop zij hun levensbeschouwing kunnen beginnen te bouwen.

Het is onwaarschijnlijk dat iemand die niet gelooft dat er daadwerkelijk een God is, in zijn levens- of wetenschapsfilosofie een Oppermachtig Wezen zou overwegen. "Wie hem wil naderen moet immers geloven dat hij bestaat", zegt de Bijbel zelf, in het boek Hebreeën. [4]

Door de natuur op een zinnige manier te observeren kan men ervan overtuigd raken dat er inderdaad een God is. Bekijk nogmaals de uitspraak van Wernher von Braun, misschien wel de meest uitmuntende raketwetenschapper ter wereld, geciteerd op de vorige pagina. Dit komt perfect overeen met de volgende tekst uit de Bijbel:

"Want wat een mens over God kan weten is hun bekend omdat God het aan hen kenbaar heeft gemaakt. Zijn onzichtbare eigenschappen zijn vanaf de schepping van de wereld zichtbaar in zijn werken, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid zijn voor het verstand waarneembaar" (Romeinen 1:19,20).

Observatie van de natuur is dan het logische beginpunt voor mensen die het gevoel hebben dat zij niets voor waar kunnen aannemen zonder concreet bewijs. Maar vergeet niet dat dit slechts het begin is. De natuur kan ons niet helemaal brengen waar we naartoe willen. Desalniettemin kan zij leiden tot kennis over God en een elementaire overtuiging. Oprechte mensen met een open geest zullen de Bijbel dan eerder als een informatiebron over Hem beschouwen, omdat de Bijbel beweert een goddelijke openbaring te zijn en de betrouwbaarheid ervan kan worden geverifieerd. Het lijkt logisch dat de God van de natuur ons een vollediger openbaring zou verstrekken dan de Bijbel ons geeft. De Bijbel en de natuur lijken evenwel goed samen te gaan en beide kunnen essentiëel zijn voor een bevredigende en alomvattende levensfilosofie (het is interessant dat er zelfs in wetenschappelijke uiteenzettingen geregeld citaten en verwijzingen naar de Bijbel te vinden zijn, op de meest onverwachte plaatsen).

Een mogelijk bezwaar tegen het voorgaande is dat er aangenomen wordt dat iemand uiteindelijk in God zal geloven als hij een redelijk mens is. Hoewel dit bezwaar misschien wel gedeeltelijk waar is, kun je – als je moeite hebt met een dergelijke stelling - die aanname wellicht voor nu gewoon even tolereren: we zullen spoedig in de concretere onderwerpen duiken die in het begin werden genoemd.

Nu we onze zoektocht naar een zinvolle en ware levensfilosofie beginnen met een onderzoek van de natuur, moeten we erkennen dat er een enorm struikelblok in de weg kan staan van een geloof in een Oppermachtig Wezen. Dat struikelblok is de wijd verspreide doctrine van de evolutietheorie. Het woord "evolutie" wordt op veel verschillende manieren gebruikt, dus we moeten definiëren hoe we het in dit boek gebruiken.

Zoals hier gebruikt, kan evolutie gedefiniëerd worden als het geloof dat alle levende organismen, inclusief de mens, het resultaat zijn van natuurlijke veranderingen uit levenloos materiaal, zonder enige bovennatuurlijke interventie. [5] Dit is het alledaagse, huidige begrip van de term zoals het algemeen gebruikt wordt door biologen, hoewel er natuurlijk een groot aantal uitzonderingen bestaat. Net als veel andere woorden, heeft dit woord talrijke betekenissen. Het zal handig zijn om deze definitie voor dit boek in het achterhoofd te houden.

Volgende pagina


1 C. S. Lewis, Mere Christianity (New York: The Macmillan Co., 1958), p. 21. [Terug naar de tekst]

2 Een bestudering van de menselijke natuur zou ons kunnen doen vermoeden dat dit zou resulteren in bepaalde ongelukkige sociale gevolgen voor op zijn minst een bepaald percentage van de bevolking. Er bestaat een verhaal over een Frans agnosticus uit een voorbije eeuw die zijn filosofie met enkele geestverwanten aan het bespreken was. "Laat de dienaren ons niet horen," zo waarschuwde hij, "want dan zullen ze het zilverwerk stelen." [Terug naar de tekst]

3 Hal Lindsey, The Late Great Planet Earth (Grand Rapids, Mich.: Zondervan Publishing House, 1970). [Terug naar de tekst]

4 Hebreeën 11:6 (uit De Nieuwe Bijbel Vertaling, kortweg NBV in het vervolg van deze tekst). [Terug naar de tekst]

5 Deze definitie volgt in essentie de definitie gegeven in het tekstboek Biology, A Search for Order in Complexity, ed. John N. Moore en Harold Schultz Slusher (Grand Rapids: Zondervan Publishing House, 1970), p. 93. [Terug naar de tekst]