6.7. De zoektocht naar andere methodes

Enkele evolutionistische wetenschappers zijn zich bewust van het falen van natuurlijke selectie door kleine mutaties en hebben daarom ijverig gezocht naar betere methodes. Zij zijn van mening dat het absoluut noodzakelijk is om een verklaring te zoeken die geen Schepper vereist. Sommigen zullen de onpersoonlijke "Natuur" als hun god accepteren, maar niet een God die een oneindig Persoon is, zoals Hij in de Bijbel geopenbaard wordt. Dat zou namelijk een zekere verantwoordelijkheid met zich meebrengen.

Richard Goldschmidt bewees zeer duidelijk de schamelheid van een evolutieproces via micromutaties. Als alternatief postuleerde hij dat er grote, drastische, maar bijzonder zeldzame veranderingen plaatsvinden. [1] Het leek hem niet te deren dat dit een idee was zonder enig solide bewijs. Zijn hypothese is daardoor wel erg kwetsbaar en staat onder vuur van alle kanten.

Meer recentelijk legde een Russisch wetenschapper, L. S. Davitashvili, zijn eigen nieuwe Lamarckiaanse plan uit in een periodiek tijdschrift, "Evolution". Hij beargumenteerde dat verschillende omgevingen, en in het bijzonder veranderingen in voedsel, een evolutie in volledige populaties teweeg zouden kunnen brengen, en zo snel veranderingen zouden kunnen voortbrengen. [2] Davitashvili’s theorie heeft eveneens te kampen met een gebrek aan geldig bewijs, omdat alle variaties die door de omgeving worden voortgebracht zich binnen dezelfde soort bevinden en dus niet tot een nieuwe soort leiden.

Volgende pagina


1 Richard Goldschmidt, "The Material Basis of Evolution" (Paterson, N.J.: Pageant Books, 1960), pp. 390,391. Voor het eerst gepubliceerd in 1940.

Goldschmidt deed enkele zwakke pogingen om voorbeelden aan te halen. Een van deze voorbeelden was de tekkel, de hond met korte poten, die dankzij zijn korte poten het hol van een das kan binnengaan! Maar de tekkel is door genetische technologie gefokt en zou in het wild ongetwijfeld niet kunnen overleven. [Terug naar de tekst]

2 L. S. Davitashvili, in "Notes and Comments," "Evolution", Vol. 23 (september 1969), p. 514. [Terug naar de tekst]