8.3. Een getal te groot om voor te stellen

Hoe hard we ook proberen, de kans op de toevallige vorming van een eiwit is een getal dat zo onwerkelijk is, dat we het niet kunnen bevatten. Laten we dit eens even overdenken. Dat grote getal, 10161, geeft aan hoe gering de kans is op één enkel toevallig eiwit in vijf miljard jaar. We kunnen nu berekenen hoeveel tijd nodig zou zijn om gemiddeld gezien een succesvol resultaat te verwachten.

We moeten in het achterhoofd houden dat alle atomen die de bestanddelen van de aarde vormen – te land, ter zee en in de lucht – worden beschouwd alsof ze zich in verzamelingen van aminozuren bevinden die gemakkelijk beschikbaar zijn voor elke positie in elke zich potentiëel vormende eiwitketen. In elke van deze 1041 verzamelingen vinden continu trekkingen plaats met een snelheid van 30 miljoen miljard pogingen per seconde.

Een eenvoudige wiskundige berekening laat ons dan zien dat er (gemiddeld gezien en afgerond), slechts één keer per 10171 jaar één enkel bruikbaar eiwit zou worden gevormd.

Volgende pagina