7.13. Een realistischer berekening

De extreme toezeggingen die we eerder opsomden werden gebruikt om aan te tonen dat het zinloos is om te verwachten dat een eiwit zelfs onder de meest kunstmatig ideale condities het resultaat kan zijn van willekeurige verbindingen. Voordat we dit onderwerp achter ons laten kan het nuttig zijn om nu enkele van deze toezeggingen te beperken om een realistischer voorstelling te krijgen (terwijl we toch gul ten opzichte van het toeval blijven zodat er nog steeds geen twijfel zal bestaan over de onmogelijkheid). [1]

Als we dit dan opnieuw berekenen kunnen de volgende conclusies worden bereikt:

De kans dat een eiwitmolecule het resultaat is van een toevallige rangschikking van aminozuren is 1 op 10287.

Gemiddeld gezien kan niet verwacht worden dat een enkele eiwitmolecule zich vaker dan één keer per 10262 jaar door toeval zou vormen, en de waarschijnlijkheid dat één eiwit zich door toevallige processen zou ontwikkelen in de hele geschiedenis van de aarde is kleiner dan 1 op 10252.

De kans op een minimum verzameling van de vereiste 239 moleculen voor het kleinste theoretische leven bedraagt 1 op 10119879. Het zou gemiddeld 10119841 jaar duren om een verzameling van dergelijke eiwitten te verkrijgen. Dat is 10119831 keer de veronderstelde leeftijd van de aarde en is een getal met 119,831 nullen, genoeg om zestig pagina’s van een boek van deze afmeting te vullen.

Opnieuw worden we door het bewijs aangespoord om te beseffen dat een groter Iemand zeker ter plaatse moet zijn geweest. Zelfs een kleine eiwitmolecule met de afmeting van insuline kan niet op een andere manier worden verklaard. In het volgende hoofdstuk zullen de implicaties van deze onwaarschijnlijkheden nader worden bekeken. Wanneer we de ongelooflijke orde van grootte van deze getallen bevatten (zelfs van de kleinste getallen die we ontdekt hebben), dan is dat een cruciale stap naar de zekerheid waarnaar we op zoek zijn.

Volgende pagina


1 We vermoeden dat niet alle lezers staan te trappelen om de berekeningen in deze sectie voor zichzelf te controleren, na alle andere getallen in dit hoofdstuk. Maar voor de mensen die dit wel willen doen, zullen we in het kort een overzicht geven van de toezeggingen die leiden tot de berekende getallen: Toezegging 2: schat een waarschijnlijkheid van 1/106 dat alle zouden optreden en wel in de juiste verhoudingen. Verwijder toezegging 3 omdat aminozuren die in een primitieve omgeving worden gevormd racemisch zouden zijn (zie hoofdstuk 4 en bijlage 1). Berekend met een lengte van 400, 32 glycine, 32 die glycine volgen of de eerste in de keten zijn, 336 andere met een 3/4 voorkeur voor dezelfde draairichting, dan is de waarschijnlijkheid dat ze allemaal linksdraaiend zijn 1/1051 (dit leidt, wanneer vermenigvuldigd met het verkregen getal 1/10236 onder de extreme toezeggingen, tot het bovenstaande getal 1/10287). Toezegging 5, 1/10; toezegging 6, 1/103; toezegging 7, 1/104; toezegging 8, 10, en 11 samen 1/1026, en wel als volgt: 1/1016 om onze enorme snelheid bij te stellen tot de normale topsnelheid in bacteriën; vervolgens 1/1010 om te corrigeren tot niet-enzymatische snelheid ("...1010 keer zo lang, als een ruwe schatting van de verhouding tussen de reactiesnelheden met en zonder enzymatische katalyse..." – Henry Quastler van Yale, in zijn Emergence of Biological Organization, [New Haven, Conn.: Yale University Press, 1964], p. 6). Het totaal van deze bijstellingen (toezegging 3 die eerder werd gedaan niet meegeteld) bedraagt 1/1040. Wanneer we dit vermenigvuldigen met 1/10287 en delen door de jaarlijkse snelheid uit de extreme toezeggingen (1065), dan is het resultaat 10262 jaar. Wanneer we dit delen door 1010 als een afgeronde veronderstelde leeftijd van de aarde, dan resulteert dit in 10252 keer de leeftijd van de aarde.

Met betrekking tot de verzamelingen, stel toezegging 13 bij met 1/1010, en toezegging 12 met 1/102. Als we alle bijstellingen op deze toezeggingen optellen, dan hebben we 1/10103. Wanneer we dit vermenigvuldigen met 1/10119776, verkregen onder de extreme toezeggingen, dan resulteert dit in 1/10119879, de "realistische" waarschijnlijkheid voor één toevallige verzameling. Delen we dit door 1038 als de realistische snelheid per jaar dan verkrijgen we 10119841, wat 10119831 keer de leeftijd van de aarde is.

Toezeggingen 1 en 14 werden ongemoeid gelaten omdat materialisten deze nodig hebben (hoewel er onvoldoende bewijs is dat deze vereist zouden zijn) en, zoals we hebben ontdekt, het toeval desondanks faalt. [Terug naar de tekst]