4.2. Eiwitten zijn ketens van aminozuurmoleculen

Het lijkt een universele regel in de biologie te zijn dat complexe dingen zijn opgebouwd uit eenvoudiger componenten. Voor wetenschappers is dit een wonderlijke zaak, maar het maakt het veel gemakkelijker voor ons om dingen als eiwitten en DNA te begrijpen.

Eiwitten zijn niets meer dan lange ketens van kleinere moleculen die we aminozuren noemen. Hiervan bestaan twintig verschillende varianten die vaak in eiwitten worden gebruikt. Deze zullen in hoofdstuk 7 worden uitgelegd. Er zijn aanwijzingen dat elk van deze twintig soorten aminozuren in eiwitten van alle organismen voorkomt.[1]

Het aantal van deze bouwstenen dat in een enkel eiwit voorkomt, varieert ruwweg van 100 tot 50.000, omdat er een grote variatie bestaat in de grootte van de verschillende eiwitten. Het hormoon insuline wordt gewoonlijk een eiwit genoemd, ook al valt dit met slechts 51 aminozuren buiten dit bereik. Maar het is niet echt een typisch eiwit. Het gemiddelde aantal aminozuren in eiwitten van de kleinste ons bekende levensvorm is ongeveer 400, en dit is een absoluut minimum.[2]

Er zijn vele duizenden soorten eiwitten, en deze voeren talrijke verschillende taken uit in organismen. Velen zijn spijsverterende enzymen, andere zijn constructie-moleculen, en sommige voeren hun gespecialiseerde taken uit als hormonen of als hemoglobine in bloedcellen. Al deze complexiteit komt voort uit deze twintig aminozuren en de speciale volgorde waarin zij in de keten zijn gerangschikt. Een andere volgorde leidt tot een compleet ander type eiwit.

Een wetenschapper merkte in dit verband het volgende op:

"Uit ongeveer twintig verschillende aminozuren wordt dus de kolossale verscheidenheid aan eiwitten opgebouwd die voor de diverse levensvormen benodigd zijn." [3]

Volgende pagina


1 John F. Thompson, Clayton J. Morris en Ivan K. Smith, "New Naturally Occurring Amino Acids", Annual Review of Biochemistry, Vol. 38 (1969), p. 137. Zie ook: Margaret O. Dayhoff, Atlas of Protein Sequence and Structure 1972 (National Biomedical Research Foundation, Washington, D, C., 1972). [Terug naar de tekst]

2 Harold J. Morowitz, persoonlijke communicatie, november 1970. [Terug naar de tekst]

3 Encyclopedia Britannica, (1967), zie "chemistry." [Terug naar de tekst]