7.2. Enkele eiwitten beschreven

We zijn nu op het opwindende punt aangekomen waarop we de kanswetten op de volgende belangrijke vraag kunnen toepassen: wat is de kans dat een eiwitmolecule zich door toeval zou kunnen hebben gerangschikt? Al het ons bekende leven op aarde bestaat grotendeels uit deze gigantische moleculen. "De chemische basis van alle leven", zo zegt de Encyclopaedia Britannica, "bestaat uit eiwitten in een waterig medium."

Het was niet eenvoudig om de geheimen van de samenstelling van een entiteit als de eiwitmolecule te ontraadselen. Ze werden jarenlang zorgvuldig en geduldig door biologen bestudeerd. Een van de eerste moleculen die in kaart werd gebracht was insuline, de kleinste molecule die als een eiwit kan worden aangemerkt. Deze heeft eenenvijftig aminozuurverbindingen, in twee ketens – de ene met éénentwintig en de ander met dertig aminozuren. De twee ketens worden verbonden door "zwavelbruggen".

Men bedacht een methode waarmee een röntgenstraal door een gekristalliseerde eiwitmolecule heen kon worden geprojecteerd. In de molecule werd deze straal door de individuele atomen afgebogen. Uit het patroon van deze breking van het licht kon de positie van de verschillende atomen worden afgeleid.

In 1959 werd de myoglobinemolecule door John C. Kendrew volledig in kaart gebracht. Later, in 1967, slaagden Max Perutz en anderen in Cambridge erin om de structuur te ontraadselen van de hemoglobinemolecule, het belangrijkste eiwit in bloed. Deze molecule is groter dan myoglobine en bestaat uit vier ketens die aaneengeschakeld en in een complex patroon gevouwen zijn. In totaal heeft hemoglobine 574 aminozuurverbindingen. De molecule heeft 10.000 atomen! [1]

Hemoglobine is slechts een van de talloze soorten eiwitten. Het gemiddelde eiwit in het kleinste levende wezen is op zijn minst 400 aminozuurverbindingen lang. Deze verbindingen bevatten meer dan 7000 atomen.

Volgende pagina


1 Er zitten zo’n 280.000.000 hemoglobinemoleculen in een rode bloedcel (M. F. Perutz, "The Hemoglobin Molecule", in "The Molecular Basis of Life" [San Francisco: W. H. Freeman & Co., 1968], p. 39). Een bloeddruppel kan 35 miljoen rode bloedcellen bevatten. Stel je eens voor dat je de 10.000 atomen van slechts een enkele hemoglobinemolecule in kaart zou moeten brengen, als er ongeveer 10.000.000.000.000.000 van zulke moleculen in een bloeddruppel zitten! De gemiddelde volwassene heeft rond de 27 triljoen volgroeide rode cellen (George G. Simpson en William S. Beck, "Life, An Introduction to Biology", korte editie [New York: Harcourt, Brace, and World, 1969], p. 211). Dit betekent dat een volwassen mens 75 honderd miljoen triljoen hemoglobine moleculen heeft! [Terug naar de tekst]