7.11. Geen voorstelbare kans op succes

De kans op zo’n geordende verzameling eiwitten voor de kleinste voorstelbare levende entiteit is dus hopeloos klein, buiten ons bevattingsvermogen. Het volgende hoofdstuk zal het gemakkelijker maken om de gigantische orde van grootte te begrijpen van zelfs de kleinere getallen waarmee we te maken hebben.

In dit onderzoek was aan het toeval elke mogelijke toezegging gedaan. Zelfs met die aannames faalde het toeval op een ongelooflijke manier. En toch is het toeval de enige naturalistische manier waarop de eerste eiwitten zouden kunnen worden gerangschikt. In alle zorgvuldige pogingen van Oparin en zijn volgelingen om te proberen om leven uit niet-leven te verkrijgen, is er geen echte manier gevonden om dit zonder het toeval klaar te spelen. Zonder enige planningsvorm, is het toeval de enige resterende mogelijkheid, ondanks de miljoenen woorden en de dappere pogingen die eraan zijn besteed.

Er is op het moment geen echte reden om te geloven dat er ooit een eenvoudiger levensvorm heeft bestaan dan de Mycoplasma hominis H39, de kleinste ons bekende levende entiteit. [1] Hoewel sommige virussen weliswaar kleiner zijn, kunnen zij niet worden aangemerkt als autonome zelfreproducerende systemen. Een virus kan zichzelf niet dupliceren zonder de hulp van een gastheercel waarvan het de machinerie moet gebruiken om zijn eiwitten en nucleïdezuren te vervaardigen. In plaats van een eerdere trede op de evolutionaire ladder, denken sommige wetenschappers nu juist het tegenovergestelde, namelijk dat virussen een degeneratie of terugval zijn in plaats van een onderdeel van een reeks progressieve stappen. Is het mogelijk dat virussen verband houden met de vloek die de Bijbel beschrijft en die ter aarde kwam tengevolge van de zonden van de mens?

Zowel de Mycoplasma hominis H39 als het kleinst mogelijke theoretisch organisme hebben eiwitten die gemiddeld tenminste 400 aminozuren van de 20 gebruikelijke variaties hebben. [2] Dr. Morowitz’ uitstekende werk over de ondergrenzen voor grootte en complexiteit werd deels uitgevoerd voor de National Aeronautics and Space Administration. Het onderzoek werd uitgevoerd om ruimtereizen mogelijk te maken die mogelijke levensvormen zouden kunnen herkennen; levensvormen die eenvoudiger dan de onze of anders dan de onze zouden zijn. Er lijkt geen feitelijk wetenschappelijk bewijs te bestaan dat wijst op een primitievere, eenvoudigere duplicatiemethode dan de methode die in bestaande levende organismen wordt gebruikt.

Bovendien is er onvoldoende reden om te geloven dat er ooit een kleiner aantal aminozuurtypen in eiwitten werd gebruikt. Een groot aantal cruciale functies vereist eiwitten die alle twintig soorten bevatten. Zelfs virussen gebruiken alle twintig. Diezelfde twintig zijn onderdeel van de minimale theoretische cel.

Het is veelzeggend dat het Yale team dat dit onderwerp onderzoekt zijn getallen op zijn minst twee keer naar boven heeft bijgesteld. Tijdens het onderzoek werd duidelijk dat het "minimale organisme" meer onderdelen vereiste dan in eerste instantie werd gedacht. Men begon met 45 eiwitten (wat in 1967 als het minimum beschouwd), maar het minimaal vereiste aantal is inmiddels gestegen tot op zijn minst 124 verschillende eiwitsoorten. Het gemiddelde moleculaire gewicht per eiwit is ook licht naar boven bijgesteld. [3]

Woorden schieten tekort voor de hopeloosheid van het idee dat een willekeurige verbinding in een bruikbare volgorde kan worden voortgebracht. Zelfs de hormonen die de moderne Lamarckiaanse theorie vereist vallen op eenzelfde manier buiten het bereik van de redelijke waarschijnlijk, zoals we in het geval van insuline zagen. Sommige hormonen zijn complexe eiwitten die veel groter zijn dan insuline.

Volgende pagina


1 Harold J. Morowitz, "Biological Self-Replicating Systems", Progress in Theoretical Biology, red. Fred M. Snell, Vol. 1 (1967), pp. 52, 54. [Terug naar de tekst]

2 Morowitz, persoonlijke communicatie, november, 1970 en november 1971. [Terug naar de tekst]

3 Berekend uit data van Morowitz, persoonlijke communicatie, november 1971. [Terug naar de tekst]