8.8. Het moderne atheïsme is een plaatsvervanger van God

In april 1967 publiceerde het tijdschrift Réalités een interview met Frans filosoof-wetenschapper-theoloog Claude Tresmontant, die we al eerder hebben geciteerd. Het tijdschrift verwees in de inleiding van het interview naar Tresmontants boek, The Problem of the Existence of God Today ("Het probleem van het bestaan van God in onze huidige tijd"). Men gebruikte hierbij de volgende beschrijvingen: "sterk beredeneerde logica" en "de haast overweldigende hoeveelheid kennis waarmee deze logica wordt ondersteund." [1] Nadat hij had uitgelegd dat Plato, Aristoteles en anderen "dachten dat de wereld een groot levend wezen was, een Goddelijk Dier", zei Tresmontant in dit interview: "Het moderne atheïsme stelt nog steeds dat de wereld het enige Wezen is." Hij legde vervolgens uit wat de betekenis hiervan is voor de aard van materie:

"Omdat wordt aangenomen dat deze materie ongeschapen en eeuwig is… moet alles wat ooit in het heelal is verschenen op eigen kracht zijn voortgekomen, zowel het leven als de gedachte.

De totale amorfe massa was in staat om zichzelf te organiseren, levend te worden en zichzelf te voorzien van bewustzijn en gedachten. Als materie op deze manier wordt bekeken, is het duidelijk dat er bijzonder grote vermogens aan moeten worden toegekend - grote wijsheid en geniale scheppingsvermogens - omdat een groot genie nodig moet zijn geweest voor de onafhankelijke uitvinding van de grote moleculen waaruit zelfs het eenvoudigste levende wezen is opgebouwd en van de belangrijkste functionele systemen die de hogere levensvormen karakteriseren – de spijsverterings-, bloedsomloop- en voortplantingssystemen en het zenuwstelsel."
[2]

Met scherpzinnige redeneringen wijst dr. Tresmontant op de gevolgen wanneer God wordt vervangen door het materiële heelal. Uiteindelijk zullen hiervan dezelfde eigenschappen worden vereist als van de God van de Bijbel: een autonoom wezen, ontologisch onafhankelijk en met geniale scheppingsvermogens. [3]

Hiermee laat hij zien dat atheïsten niet aan God kunnen ontsnappen – dezelfde soort God als in de Bijbel wordt beschreven – als de enige rationele verklaring voor het heelal. In de rest van ons betoog zal dit nog duidelijker worden. Toeval kan geen complexe, geordende, operationele systemen scheppen. Noch is het een verklaring voor schoonheid. Wanneer de geur van een roos of de speelsheid van een lam wordt toegeschreven aan blind toeval, wordt de logica overboord gegooid.

Volgende pagina


1 Réalités, Parijs, april 1967, p. 45. [Terug naar de tekst]

2 Idem, p. 46. [Terug naar de tekst]

3 Réalités, Parijs, april 1967, p. 46. [Terug naar de tekst]