10.8. Het vertaalproces samengevat

We kunnen alle onderdelen van het eiwitvormende systeem als volgt beknopt samenvatten. Het DNA is een "master" of origineel van de blauwdruk die de instructies voor celactiviteiten bevat. Wanneer nodig worden delen van de DNA-instructies gekopieerd en naar de cel verzonden in de vorm van "messenger-RNA". Dit mRNA-lint beweegt zich dan door één of meerdere ribosomen die de gecodeerde instructies "lezen" met behulp van transfer RNA-moleculen die de afzonderlijke aminozuren aanleveren waar de code om vraagt. Deze tRNA’s werden op voorhand geladen met de afzonderlijke aminozuren met behulp van overeenkomende vertaalenzymen.

Terwijl het ribosoom zich langs het mRNA-lint beweegt, worden de aminozuren tot een eiwitketen verbonden in de volgorde waar de drieletterige RNA-codes om vragen. Het resulterende eiwit wordt vervolgens losgelaten om zijn specifieke taak in de cel uit te voeren. Het werd vervaardigd zoals in eerste instantie werd opgedragen door de codonvolgorde in de blauwdruk van het master-DNA.

Het eiwit dat op deze manier is gevormd kan een enzym zijn dat specifieke werkzaamheden moet uitvoeren (zoals bijvoorbeeld de eerder beschreven taak van bijzondere enzymen om twee specifieke typen moleculen samen te voegen). Maar het kan ook een structureel eiwit, een hormoon of een gespecialiseerd eiwit zijn (zoals bijvoorbeeld hemoglobine). Het DNA doet al het werk om de cel draaiende te houden, en doet dit vooral door opdrachten te geven voor de produktie van verschillende soorten eiwitten en verschillende soorten RNA-moleculen. Op hun beurt zijn deze zo slim vervaardigd dat zij zichzelf automatisch in de correcte vorm en positie rangschikken en vervolgens hun eigen taken uitvoeren in de onophoudelijke processen van de levende cel. Er bestaan misschien wel zo’n 5000 verschillende soorten moleculen in een enkele cel, waarvan vele eiwitten zijn.

Volgende pagina