5. De kans op eiwitten met alleen linksdraaiende componenten

    Alle mogelijke kennis hangt dus af van de geldigheid van de redenering. [1]
    C.S. Lewis

Het bewijs dat in het voorgaande hoofdstuk werd besproken maakt duidelijk dat er naast het toeval niets anders is ontdekt wat het volledig linksdraaiende fenomeen adequaat kan verklaren. Het is daarom logisch om vervolgens de kanswetten toe te passen om te zien of het mogelijk is dat eiwitten puur toevallig gebruik maken van enkel linkshandige aminozuren.

Om helemaal eerlijk te zijn zullen we de kansen berekenen voor de twee uiterste limieten van wat de werkelijke situatie zou kunnen zijn. Zoals we eerder hebben opgemerkt, zijn deze limieten: (1) de kans (gemiddeld gezien) dat aminozuren met tegenovergestelde draairichtingen zich met elkaar verbinden is gelijk aan de kans dat aminozuren met dezelfde draairichting zich met elkaar verbinden, onder de veronderstelde omstandigheden op aarde voordat er enig leven was, of (2) er bestaat een voorkeursfactor van 6/7, maximaal, ten gunste van verbindingen tussen aminozuren met dezelfde draairichting. Eerst zullen we de kans berekenen in het geval van een gelijke kans (nummer 1), omdat deze berekening eenvoudiger is.

Volgende pagina


1 C. S. Lewis, Miracles, A Preliminary Study (New York: Macmillan Co., 1947), p. 19. [Terug naar de tekst]