7.8. De kans op een toevallig gemiddeld eiwit sinds het begin van de aarde

We hebben zojuist gezien dat het toeval met de snelheid van het licht 1075 verschillende ketens met de lengte van een eiwitketen zou kunnen hebben maken sinds het vermeende ontstaan van de aarde. Wanneer we de formule van het alfabet gebruiken, kunnen we nu schatten hoeveel van deze ketens als bruikbare eiwitmoleculen zouden kunnen worden beschouwd. [1] Allereerst zouden we één substitutie per keten moeten toestaan. Het gevolg is dat we die 1/10240 formule veranderen in ongeveer 1/10236. Dan is de waarschijnlijkheid van een bruikbare eiwitmolecule in dit totaal van 1075 geproduceerde moleculen sinds het ontstaan van de wereld 1075 / 10236. Als we deze breuk vereenvoudigen, dan hebben we een kans van 1 op 10161 dat er gemiddeld gezien ook maar één bruikbaar zou zijn.

Daarom is de kans 1 op 10161 dat er ook maar één enkel bruikbaar eiwit door toeval geproduceerd zou worden in de volledige geschiedenis van de aarde, als alle geschikte atomen op aarde gebruikt zouden worden, met de ongelooflijke snelheid die we beschreven hebben. Dit is een getal met 161 nullen.

Het is goed om in herinnering te roepen dat zelfs als er een molecule zou zijn verkregen, dat dit dan helemaal nog niet zou helpen bij het rangschikken van de tweede eiwitmolecule, tenzij er een nauwkeurig duplicatieproces zou bestaan. En zelfs als zo’n proces zou bestaan, dan is er nog steeds een groot aantal andere soorten eiwitten benodigd voordat er sprake kan zijn van een levend organisme.

In de minimale cel van Morowitz zaten in de vereiste 239 eiwitmoleculen op zijn minst 124 verschillende eiwitsoorten. [2]

Volgende pagina


1 Het totaal van de mogelijke rangschikkingen met een lengte van 400 aminozuren is 20400, wat hetzelfde is als 10520. Het percentage van bruikbare rangschikkingen is kleiner, 1 op 10240, en is het getal dat gebruikt moet worden voor het eerste eiwit (dit getal is zoals zojuist werd beschreven bepaald met behulp van de alfabet-analogie). [Terug naar de tekst]

2 Morowitz, persoonlijke communicatie, oktober 1971. [Terug naar de tekst]