3.2. Maak je experimenten wetenschappelijk

Om exact te kunnen zijn, beschouwt de waarschijnlijkheidstheorie geen materiële objecten, maar ideale theoretische modellen of mentale voorstellingen. Maar, als we objecten gebruiken die tot op zekere hoogte hiermee identiek zijn, dan zullen de uitkomsten van onze experimenten nagenoeg hetzelfde zijn als in het geval van de abstracte wiskundige modellen waarop de wetten zijn gebaseerd.

Wanneer we experimenten uitvoeren zoals het werpen van munten of het trekken van genummerde objecten, moeten we er voor zorgen dat er een gelijke kans bestaat op de verschillende resultaten of "gebeurtenissen", zoals deze ook wel worden genoemd. Bijvoorbeeld: als één van de objecten die getrokken kunnen worden zwaarder is dan de andere, dan kan deze de neiging hebben om zich aan de onderkant van de groep objecten te bevinden, en dus leiden tot onnauwkeurige resultaten. Er bestaan andere wetten die in een berekening gebruikt kunnen worden als de verschillende mogelijke resultaten geen gelijke waarschijnlijkheid hebben.

Wanneer munten of letters willekeurig worden geselecteerd, dan moeten ze uiteraard vóór elke trekking grondig door elkaar gemengd worden. Als zij niet voldoende geschud worden, dan kan het object dat zojuist werd getrokken zich nog steeds dicht aan het oppervlak bevinden en dus gemakkelijker opnieuw worden getrokken. Objecten moeten ook getrokken worden zonder te kijken. Zo wordt vermeden dat de keuze beïnvloedt wordt doordat de verschillende objecten gezien worden. Het doel is om te ontdekken wat toeval kan doen, en toeval is blind.

Als in plaats van munten andere objecten worden gebruikt, dan zouden deze allemaal zoveel mogelijk dezelfde grootte, vorm en gewicht moeten hebben. Dit maakt de experimenten wetenschappelijker en staat garant voor nauwkeuriger resultaten. Maar experimenteren zal meer betekenis voor je hebben als je eerst nog enkele pagina’s verder leest.

Volgende pagina