Natuurlijke openbaring: Gods Woord in Gods wereld

Thema: De natuurlijke openbaring heeft betrekking op datgene wat er over God geleerd kan worden door de schepping te observeren of door te luisteren naar het eigen geweten. Dit in tegenstelling tot de bijzondere openbaring, die bestaat uit dromen, visioenen, engelen, theofanieën, Urim en Tummim, profetie, de incarnatie van Christus en de Schrift (zie Hebreeën 1:1-2).

Vraag: Nu Christus gekomen is en wij het geschreven Woord van God hebben, heeft de natuur nog steeds waarde als Gods openbaring?

Antwoord:

  1. De natuur spreekt tot de ongelovige
    • De natuur kan te allen tijde en op alle plaatsen door alle mensen waargenomen worden.
    • De natuur en het geweten zijn voor veel mensen de enige openbaringen die zij hebben. Paulus deed een beroep op de bijzondere openbaring in Handelingen 14:15-17, 17:23-28. De heiden heeft daarmee voldoende informatie. [1]
    • De natuur is de enige openbaring waar sommige mensen naar zullen luisteren (de moderne sceptici).
    • Het ontwerpargument is nog steeds geldig, zie Romeinen 1:18-22, Psalm 19:1-6. William Paleys "horlogemakeranalogie" [2] wordt door de moderne wetenschap bevestigd: cellen, DNA, de hersenen, enzovoorts. Lees: Mulfinger, pp. 7-9 [3], Pinnock, pp. 108-110 [4] en Denton, pp. 328-330. [5]
    • Het is voor de mens mogelijk om God op basis van de natuurlijke openbaring en het geweten te benaderen (Matteüs 7:7, Johannes 14:22-23, Romeinen 1-2, Handelingen 17:27), maar...
    • Valse leraren, zonde, begeerte en demonen verderven deze openbaring, waardoor zendingswerk onontbeerlijk is: 2 Korintiërs 4:4, Romeinen 10:14-20.
  2. De natuur spreekt tot de gelovige
    • De natuur openbaart een groot aantal eigenschappen van God (Romeinen 1:20).

      God is:
      1. Onveroorzaakt: Romeinen 1:19-20, Handelingen 17:23-29, Hebreeën 11:3
      2. Zelfvoorzienend: Jesaja 66:1-2, Handelingen 17:24-25
      3. Alwetend en alomtegenwoordig: Job 38-42, Psalm 139
      4. Almachtig: Psalm 145:10-13, Romeinen 1:19-20
      5. Oppermachtig (vrije wil): Psalm 46, 74, 104, 135, Job 38-42, Jesaja 55:10-11
      6. Gezaghebbend (heerser, wetgever): Job 38:31-33, Psalm 33:6-9, Psalm 135, 147
      7. Vol van kennis: Psalm 19:2, Jesaja 40:12-26, 55:9
      8. Heilig: Exodus 15:11, Job 22:12-16, 25:4-6
      9. Majestueus: Psalm 8:1-5, 111:1-4, Psalm 113, Nehemia 9:6, Openbaring 14:7
      10. Trouw: Psalm 36:6-7, 89:9-13, 119:90
      11. Geduldig: Matteüs 5:45, 2 Petrus 3:5-9
      12. Rechtvaardig: Genesis 3:17-19, Job 9, Psalm 96
      13. Rechtschapen: Psalm 50:6, 85:11-13; Psalm 97, 111
      14. Waar: Psalm 57:10-12, 85:11-14, Psalm 108:5
      15. Wijs: Psalm 104, vooral Psalm 104:24, Spreuken 3:19-20, Spreuken 8
      16. Goed: Handelingen 14:15-17, Psalm 65, 67, 85, 103, 104
      17. Glorieus: Psalm 19, Jesaja 6:3
      18. Eeuwig en onveranderlijk: Psalm 90:1-6, Psalm 102:24-28, Spreuken 8:22-31
      19. Vertoornd: Genesis 6-9, 2 Petrus 3:3-6
      20. Barmhartig: Psalm 145:8-9, Psalm 113
      21. Genadig: Genesis 9:8-17, Psalm 121, Matteüs 6:25-34
      22. Liefdevol: Psalm 33:5, 107, 119:64, Psalm 136
      23. Drie-enig: Spreuken 30:4, Hebreeën 1:1-3
    • God wijst zelf op de natuur als onderwijsmiddel: Job 38-41.
    • De natuur leidt onze aandacht van de werken van de mens naar de werken van de Schepper.
    • Wat denk je van lijden, dood, ziekte? Alleen de Bijbelse levensbeschouwing (de zondeval) kan deze dingen verklaren: Genesis 3, Romeinen 8:20-23.
    • De natuur is de context van de bijzondere openbaring. Het christendom is niet alleen waar wat betreft de leerstellingen, maar ook wat betreft alles wat bestaat. Dit maakt het Woord werkelijk, krachtig en vreugdevol. [6]
    • De natuur is een bron van vreugde, kennis en zegeningen. Het maakt ons blij wanneer we de natuur bestuderen en waarderen: Psalm 111:1-4, Psalm 104. Het is gepast om dankbaar te zijn: Romeinen 1:21 ("ze zijn Hem niet dankbaar geweest" is een beschrijving van de goddelozen). De schepping is de eeuwigdurende reden voor aanbidding: Openbaring 14:6-7. Merk op hoe "het eeuwigdurende evangelie" veel méér omvat dan het verlossende evangelie: het is de eeuwige reden om God te prijzen, omdat Hij de hemel en de aarde heeft geschapen.

Hij riep luid: "Heb ontzag voor God en eer Hem!
Want het moment is gekomen dat Hij gaat rechtspreken!
Aanbid Hem die de hemel, de aarde, de zee
en de waterbronnen heeft gemaakt!"


(Openbaring 14:7)




1 Paul Little, How to Give Away Your Faith, Inter-Varsity Press (1966), pp. 67-69. [Terug naar de tekst]

2 William Paley, Natural Theology (1801), St. Thomas Press. [Terug naar de tekst]

3 George Mulfinger, "A Teleological Study of the Universe", Design and Origins in Astronomy, Creation Research Society, pp. 1-10. [Terug naar de tekst]

4 Clark Pinnock, Set Forth Your Case, Moody Press (1971), pp. 108-110. [Terug naar de tekst]

5 Michael Denton, Evolution, a Theory in Crisis, Adler & Adler (1986), p. 14. [Terug naar de tekst]

6 Francis Schaeffer, He Is There and He Is Not Silent, Inter-Varsity Press, p. 17. [Terug naar de tekst]