10.9. Nieuwe ontdekkingen onthullen een zelfs nog grotere precisie

Mensen die geïnteresseerd zijn in biologie zullen zonder uitzondering gefascineerd zijn door het hier beschreven eiwitsynthetiserende mechanisme. Ons geduld wordt op de proef gesteld nu we wachten op verdere experimenten die de resterende gaten in onze kennis zullen kunnen opvullen. En hoe meer we ontdekken, hoe verbazingwekkender het plan voor het functioneren van de cel blijkt te zijn.

In 1969 rapporteerden biochemici aan het Weizmann Institute of Science in Israël bijvoorbeeld dat meerdere speciale enzymen vereist zijn om messenger-RNA met het ribosoom te verbinden voordat de eiwitsynthese kan beginnen. Zij vestigden de aandacht op "de complexiteit van dit concept... het mechanisme dat een correcte initiatie van de eiwitketen verzekert en daarmee een accurate vertaling van de genetische code". [1] Daarnaast bewezen twee andere onderzoekers dat ook bij het afbreken van een eiwit één of meer speciale eiwitten betrokken zijn. [2]

Verder zijn er nog vele andere speciale factoren betrokken bij het belangrijkste proces van de eiwitsynthese. Zo is er een enzym nodig voor de verbinding tussen het tRNA en het ribosoom op zijn eerste positie (de "A" positie), en een andere "transferfactor" om dit tRNA naar de tweede positie (de "P" positie) te verplaatsen.

Tussen deze twee gebeurtenissen wordt de cruciale verbinding van de zich vormende keten aan het nieuwe aminozuur tot stand gebracht door de vorming van een peptideverbinding op de "A" locatie door een speciaal enzym, waarvan blijkbaar slechts één kopie per ribosoom bestaat en dat onderdeel is van het grotere (50-8) ribosoom deeltje. Men heeft ontdekt dat ook magnesium, GTP (vergelijkbaar met ATP) en diverse andere stoffen betrokken zijn bij de eiwitvorming. Een groot gedeelte van dit proces moet nog opgehelderd worden, maar het bovenstaande geeft een idee van de werking zoals die er op dit moment uitziet.

Volgende pagina


1 M. Revel, M. Herzberg en H. Greenspan, "Initiator Protein Dependent Binding of Messenger-RNA to the Ribosome", Cold Spring Harbor Symposia on Quantitative Biology, Vol. XXXIV (1969), p. 261 en verder. [Terug naar de tekst]

2 M. R. Capecchi en H. A. Klein, "Characterization of Three Proteins Involved in Polypeptide Chain Termination", Cold Spring Harbor Symposia on Quantitative Biology, Vol. XXXIV (1969), p. 469. [Terug naar de tekst]