De grootste scheppingswetenschappers van 1000 tot 2000 na Christus

[door David F. Coppedge]

Voorwoord

1. Inleiding

1.1. Het alledaagse leven in 1000 na Christus
1.2. Wat dit boek voor jou kan betekenen
1.3. Ter verduidelijking
1.4. De oorsprong van de wetenschap: botsende levensbeschouwingen

2. De vroege christelijke wortels van de moderne wetenschap

2.1. Hugo van Sint-Victor - Een licht in de "donkere middeleeuwen"
2.2. Willem van Ockham - Alleen God hoeft niet bewezen te worden
2.3. Nicolaas van Oresme - De Einstein van de 14e eeuw
2.4. Robert Grosseteste - De natuur is kenbaar
2.5. Roger Bacon - Experimenten zijn de sleutel
2.6. Leonardo da Vinci - Van alle markten thuis
2.7. Sir Francis Bacon - De pionier van de waarheid vertrouwt op Gods Woord
2.8. Johannes Kepler - Achter Gods gedachten aandenken
2.9. Galileo Galilei - Geen vijand van de Bijbelse waarheid, maar van de menselijke traditie
2.10. William Harvey - Chirurg van koning Jakobus onthult de geheimen van hart- en vaatstelsel

3. De wetenschap komt echt van de grond

3.1. Blaise Pascal - Het genie dat slechts een kort leven leidde, maar met passie voor Jezus
3.2. Robert Boyle - Onderzoeker wiens erfgoed nog steeds het scepticisme bestrijdt
3.3. Sir Isaac Newton - Veranderde de menselijke kijk op het heelal, dankzij zijn gebeden
3.4. Antoni van Leeuwenhoek - De handelaar die zich verwonderde over Gods kleinste schepselen
3.5. Carolus Linnaeus - De man die orde bracht in de geschapen soorten
3.6. William Herschel - "Een astronoom die niet godsdienstig is, moet wel gek zijn"
3.7. John Herschel - Alle wetenschappelijke bevindingen bevestigen de Schrift
3.8. Samuel F. B. Morse - "Wat God gedaan heeft!"

...wordt vervolgd...