6.2. Natuurlijke selectie kan niet selecteren wat er niet is!

Als een winkel een bepaald artikel niet in voorraad heeft, is het onmogelijk voor de klanten om dat artikel in die winkel aan te schaffen. Voordat het evolutieproces zijn werk kan doen, moeten er variaties bestaan waaruit geselecteerd kan worden. Maar deze variaties moeten verbeteringen aanbieden die betrekking hebben op overleven en voortplanting. De verbeteringen moeten ook kunnen leiden tot andere soorten dieren of planten, want anders vindt er geen evolutie plaats. Maar het blijkt erg moeilijk om een mechanisme aan te wijzen dat nieuw materiaal met dergelijke vermogens kan voortbrengen.

Er bestaan tegenwoordig twee prominente ideeën die deze gewenste variaties proberen aan te leveren. Deze zijn: (1) mutaties, en (2) modern Lamarckisme. Lamarck was een Frans wetenschapper. Zijn beroemde hypthese begon rond 1802 acceptatie te verwerven en stelde dat dieren de kenmerken, die zij hebben verworven door zich aan hun omgeving aan te passen, kunnen overdragen aan hun nakomelingen.

Tot tevredenheid van bijna alle wetenschappers werd later bewezen dat zulke "verworven kenmerken" niet erfelijk zijn. Net als vaardigheden die ontwikkeld worden door bewuste oefening - golfen, typen, de trombone spelen - niet zomaar aan je kinderen worden overgedragen, tenminste niet door erfelijkheid.

Maar er bestaat een moderne vorm van Lamarckisme. Deze stelt dat hormonen veranderen als gevolg van oefening of gewoonten van een organisme. Dit zou dan leiden tot een overerving door het nageslacht van de variaties die worden teweeggebracht door de aanpassing van de ouders aan hun omgeving. Voorbeeld: stel je een vogel voor die in ondiep water moet lopen en daarom voortdurend moet proberen om zijn poten uit te strekken. Zijn hormonen, zo zegt men, zullen door deze oefening gemodificeerd worden. De eieren van de vogel zouden dan beïnvloed worden door deze hormonale verandering. Volgens het moderne Lamarckisme zullen de nakomelingen hierdoor langere poten hebben. Veel wetenschappers, zoniet de meeste, vinden dit niets meer dan een omkering van een hypothese die al eerder werd weerlegd. Zij zien geen tastbaar bewijs dat een dergelijk proces daadwerkelijk bestaat. Maar evolutionisten moeten een mechanisme hebben om verandering te kunnen voortbrengen. Zoals we zullen zien, zijn mutaties verre van de ideale oplossing. Lamarckisme wordt door sommigen als alternatief gehanteerd. André de Cayeux, een Frans paleontoloog en geoloog, schreef: "Op dit moment geloven veel Engelsen in het idee van mutaties. De Fransen neigen naar Lamarckisme. De Russen geven eveneens de voorkeur aan Lamarckisme, dat goed past bij de Marxistische leer. Maar er zijn uitzonderingen." [1]

Zelfs als hormonale veranderingen mogelijk zouden zijn, dan zou dit nog steeds geen verklaring kunnen zijn voor de eerste vorming van complexe eiwitmoleculen. Het hormoonsysteem is op zich al complex, op delicate wijze gereguleerd, en veel hormonen zijn eiwitten. Deze zouden al moeten hebben bestaan voordat zij het evolutieproces de helpende hand zouden kunnen bieden.

Volgende pagina


1 André de Cayeux, "Three Billion Years of Life" (New York: Stein and Day, 1969) p. 198. Aanvankelijk gepubliceerd in Frankrijk in 1964. [Terug naar de tekst]