2.7. Sir Francis Bacon
(1561 - 1626)

Sir Francis Bacon Is christelijke filosofie goed voor de wetenschap? In deze reeks laten we een groot aantal voorbeelden zien, maar we kunnen waarschijnlijk geen krachtiger bewijs vinden voor onze stelling dan "Meneer Wetenschappelijke Methode" zelf, namelijk Sir Francis Bacon.

Al was hij geen praktiserend wetenschapper, toch wordt Bacon door veel historici gezien als "de grondlegger van de moderne wetenschap". Zijn filosofie en zijn werken waren grotendeels verantwoordelijk voor het begin van de wetenschappelijke revolutie in de 17e eeuw. Talrijke intellectuelen zoals Robert Boyle en Isaac Newton maakten gebruik van de "nieuwe filosofie" van Bacon, waarin de nadruk werd gelegd op empirisme en inductie. De nieuwe wetenschap wierp de afhankelijkheid van autoriteiten als Aristoteles van zich af en kende een explosief begin; zij leverde een schat aan ontdekkingen en uitvindingen op die tot de dag van vandaag onverminderd voortduurt. Maar deze "nieuwe filosofie" was niets nieuws: het was een terugkeer naar de principes van de Bijbel. De "grondlegger van de moderne wetenschap" was een Bijbelgelovige christen, en de christelijke leer was het fundament van zijn denkwijze.

John Henry schreef in 2002 een biografie van Bacon, getiteld "Knowledge is Power: How Magic, the Government and an Apocalyptic Vision Inspired Francis Bacon to Create Modern Science". Hierin wordt het verband tussen Bacon en de Bijbel duidelijk gemaakt. Henry, een professor in de wetenschapsgeschiedenis aan Edinburgh University, beweert dat Sir Francis Bacon, die alom wordt gezien als "de uitvinder van de moderne wetenschap", gemotiveerd werd door "magie" (lees: het christelijke geloof), overheid (lees: kennis is voor het praktische goed van de mensheid) en een "apocalyptische visie" (dat wil zeggen, een letterlijk geloof in de profetie van Daniël 12:4: "Veel mensen zullen proberen het te begrijpen en zullen het onderzoeken. Ze zullen er steeds meer van gaan begrijpen"). In een recensie van het boek in Nature (augustus 2002) stelt Alan Stewart:

    Bacon geloofde stellig dat hij in de tijd leefde waarover de Schriftteksten hadden voorspeld dat kennis zou uitgroeien tot op ongekende schaal. Hij vroeg zich namelijk af: hadden de voorgaande decennia niet al cruciale vooruitgangen gebracht op het gebied van kennisverwerving, oorlogvoering en navigatie, in de vorm van (respectievelijk) de drukpers, buskruit en het magnetische kompas? Een gedeelte van zijn "Instauratio Magna" had de titel "Parasceve", het Griekse woord voor "voorbereiding", in het bijzonder de voorbereidingsdag op de Sabbat, de ultieme Sabbat van de Dag van het Oordeel. "Wat anders kan de profeet bedoelen... wanneer hij over de laatste dagen spreekt?", vraagt Bacon retorisch in zijn "Refutation of Philosophies" in 1608. "Impliceert hij niet dat het onderzoek en de vermenigvuldiging van de wetenschap bestemd waren voor dezelfde tijd en eeuw?"

Stewart gaat verder: "De wellicht meest overtuigende sectie van het boek gaat over Bacons 'magie', waarmee Henry godsdienst bedoelt. Hier houdt hij een overtuigender betoog dan dat van vele anderen over het diep godsdienstige fundament van Bacons filosofische project." Merk op dat Stewart en Henry beiden geen christelijke apologeten zijn, maar dat ze erkennen dat de Bijbel een rechtstreekse invloed had op de wetenschappelijke revolutie. Als een vonk voor een lont, zo ontstak de Bijbel in het denken van Bacon een droom van een nieuw instrument, een "Novum Organum" dat kon leiden tot kennistoename, precies zoals de Bijbel had voorspeld voor de laatste dagen.

De kern van de Baconiaanse filosofie is inductie: in plaats van de aard van de Natuur af te leiden van de werken van autoriteiten als Aristoteles en Galenus, zouden wetenschappers van de grond af opnieuw moeten beginnen. Vergaar feiten. Meet dingen. Verzamel en organiseer waarneembaar bewijsmateriaal en bouw dan een hypothese om ze te verklaren. Test alle hypothesen en vergelijk ze met de feiten. Bacon was ervan overtuigd dat deze methode een zekerder pad naar de waarheid zou bieden dan het vertrouwen op de feilbare menselijke reden, en dat hiermee een gouden tijdperk van ontdekkingen zou worden ingeluid. De wetenschappelijke methode die ons tegenwoordig op school wordt bijgebracht, is grotendeels Baconiaans: verzamel observaties, stel een hypothese op om deze te verklaren, test de hypothese en verwerp alle oorzaken die niet overeenstemmen met de waarnemingen. Hypothesen die empirische proeven weten te doorstaan, kunnen uitgroeien tot theorieën en wetten.

De wetenschapsfilosofie is sinds de tijd van Bacon flink veranderd en volwassener geworden. Filosofen debatteren nog steeds over de vraag wat wetenschap is en wat pseudowetenschap is. Het Baconiaanse ideaal lijkt wat te simplistisch en onpraktisch; we erkennen nu dat wetenschappelijke theorieën voorspellingen moeten kunnen doen en dat hypothesen falsifieerbaar moeten zijn. Desalniettemin kon de waarde van Bacons methode gezien worden in de vruchten die zij afwierp: grote nieuwe ontdekkingen in de scheikunde, natuurkunde, biologie en astronomie, de oprichting van nieuwe takken van de wetenschap, de omverwerping van lang aangehouden foutieve ideeën, en nieuwe organisaties zoals de Royal Society. Een van de ironische feiten uit de geschiedenis is dat de andere Bacon in onze reeks (Roger Bacon) al drie en een halve eeuw eerder had gewezen op de waarde van experimentele wetenschap. Het is een interessant onderzoeksproject om te kijken naar de mogelijke verbanden tussen beide Bacons of de invloed van Roger op Sir Francis (naast het feit dat zij beide Engels waren).

Maar hoe zit het dan met Bacons eigen geloof in het gezag van de Bijbel? Is dat niet tegenstrijdig met zijn afwijzing van autoriteit? Sceptici schilderen de vroege christelijke grondleggers van de wetenschap regelmatig af als stiekeme twijfelaars, die de uiterlijke schijn van christelijke vroomheid ophielden om niet in de problemen te raken. Volgens deze kijk zou Bacon zijn wetenschappelijke filosofie met Bijbelse woorden hebben opgesmukt om het beter verteerbaar te maken voor de godsdienstige autoriteiten. Als dat waar zou zijn, dan zou Bacon geen elegante poëzie hebben geschreven, klaarblijkelijk uit de grond van zijn ziel, waarin hij God en de Bijbel prijst. John Henry suggereert helemaal niet dat Bacon een hypocriet was. Uit zijn onderzoek bleek dat de Bijbelse levensbeschouwing het fundament was van Bacons wetenschapsfilosofie, niet het voorwendsel. Het is interessant dat geleerden op het Europese vasteland, zoals Descartes en enkele andere sceptici ten aanzien van de Bijbel, het oneens waren met Bacons pleidooi voor inductie en empirisme, en meer waarde hechtten aan de menselijke rede.

Maar nogmaals, hoe zit het dan met het Bijbelse gezag? Volgens Bacon bood de Bijbel een kijk op God, de wereld en de mens die van de wetenschap een nobele plicht maakte. De natuur was Gods fraai vervaardigde machine, en God had de mens het vermogen en de plicht gegeven om haar werking te ontdekken. De menselijke rede was op zich ontoereikend; zij moest geleid worden door de Bijbelse leer over de natuur van God en de wereld, en door de wetten van de Schepper waar te nemen. Het geloof in natuurwetten was op zich al een erfgoed van de Schriftteksten. Sir Francis geloofde dat de mens in de laatste dagen in kennis zou groeien en zo de profetie van Daniël zou vervullen, door onbijbelse autoriteiten als Aristoteles van zich af te schudden en door Gods natuurlijke openbaring (de schepping) te bestuderen met een verstand dat was geschapen naar zijn gelijkenis.

Kijk nog eens naar de Bijbelse basis van de drie fundamenten van Bacons filosofie, zoals beschreven in de titel van Henry's biografie: (1) "magie" (een slechte woordkeuze), wat betekent godsdienstige overtuigingen, die volgens Stewart een "diep fundament" waren van Bacons filosofie; (2) "overheid", waarmee de door God opgelegde verantwoordelijkheid wordt onderstreept van regeringen om zich in te spannen voor het goed van het volk; (3) "apocalyptische visie", het geloof dat Daniëls profetie ons zou inspireren om onze kennis te vergroten voor het goed van de mensheid. Hoewel er in de Bijbel geen wetenschappelijke methode wordt voorgesteld, biedt hij wel de fundamentele kijk op God, de mens en de wereld die wetenschappelijke vooruitgang zowel mogelijk als wenselijk maakt. "De Heer doet geweldige dingen", schrijft de auteur van Psalm 111:2, "De mensen die daarvan genieten, denken er steeds aan."

Koning Salomo was bijvoorbeeld een vroege amateurwetenschapper. Hij hield zichzelf bezig met het vergaren van kennis over allerlei soorten dieren, planten, vogels, insecten en vissen (1 Koningen 4:33-34). Zijn Spreuken staan vol aansporingen om kennis en wijsheid te verwerven. Ook al beschouwde Salomo op hoge leeftijd de zoektocht naar kennis als "het najagen van wind" (Prediker 1:13-18), onbereikbaar (Prediker 8:16-17), en een eindeloos gesloof (Prediker 12:12), toch was dat alleen maar het geval als die kennis en wijsheid werden nagestreefd zonder de schepping en het laatste oordeel te overwegen (Prediker 11:9-12:1). Voor het eigen hart wordt het nastreven van wijsheid gerechtvaardigd door de beloningen ervan (Prediker 7:11, 12, 25). Wanneer de Schepper de eerste plaats inneemt in de gedachten, komt de waarneming van de wonderen van de schepping voort uit aanbidding. Psalm 104 en Psalm 148 zijn goede voorbeelden. Salomo's wetenschappelijke ondernemingen in vredestijd waren een natuurlijk uitvloeisel van het geschenk van wijsheid en onderscheidingsvermogen dat God hem had gegeven (1 Koningen 3-4). Bacons denkwijze in de Elizabethaanse gouden eeuw vormt hiermee een interessante parallel.

Francis Bacon was geen stiekeme scepticus. Voor hem was de Bijbel de sleutel tot de bevrijding van de mens uit de handen van de feilbare meningen van menselijke autoriteiten. Genesis was de drijfveer om onze door God gegeven rol als opzichters over de schepping serieus te nemen. Dat omvatte ook het doen van wetenschap. Hij vond het atheïsme plebejisch: "Een weinig filosofie doet de gedachten van de mens neigen naar atheïsme", zo schimpte hij, "maar een diepe filosofie leidt de gedachten van een mens naar godsdienst" (in de Elizabethaanse tijd stond godsdienst gelijk aan christendom). Op een vergelijkbare toon zei hij: "Wanneer de filosofie oppervlakkig wordt bestudeerd, roept zij twijfels op; wanneer zij grondig wordt onderzocht, neemt zij twijfels weg." In een uitspraak die op één lijn ligt met de moderne Intelligent Design beweging, verkondigde hij: "Ik zou eerder alle fabels in de legenden en de Talmoed en de Alcoran [de Koran] geloven dan dat het heelal zou zijn voortgekomen zonder bedacht te zijn." Voor Francis Bacon was wetenschap zowel een aanbiddingsvorm als een schild tegen onwaarheden. Hij zei: "Er zijn ons twee boeken gegeven die we kunnen bestuderen om te voorkomen dat we zullen dwalen: ten eerste zijn er de boekdelen van de Schrift, die de wil van God openbaren; en dan zijn er de boekdelen van de schepselen, die zijn macht uitdrukken."

Sir Francis Bacon is bekender om zijn ideeën dan om zijn leven. Hij werd in 1561 in Londen geboren, vlak na de troonsbestijging van Elizabeth I, toen er in de Engelse maatschappij een drastische verschuiving plaatsvond. Bacon was een tijdgenoot van Galileo, Shakespeare, Sir Walter Raleigh en Sir Francis Drake. Hij was niet werkzaam als wetenschapper, maar als jurist en politicus. In 1582 werd hij advocaat en in 1584 lid van het House of Commons (het Lagerhuis). In 1603 werd hij door de recentelijk gekroonde koning Jakobus I geridderd en vervolgens benoemd tot advocaat-generaal, procureur-generaal en in 1618 tot Lord Chancellor (grootkanselier). Helaas bezoedelde hij in 1621 zijn reputatie toen hij zich liet omkopen door een tegenstander in een rechtszaak. Hij raakte verwikkeld in een strijd tussen de koning en het parlement, maar gaf toe dat hij corrupt had gehandeld en diende beschaamd zijn ontslag in. Hij was de wereld zonder rijkdommen binnengekomen; hij was 18 jaar oud toen zijn vader stierf. Hij had toen geen rooie cent. En op hoge leeftijd verloor hij zijn weelde en zijn reputatie. Hij stierf in 1626, nadat hij kou had gevat bij het uitvoeren van experimenten (waarmee zijn toewijding aan de empirische wetenschap wordt onderstreept); hij was sneeuw aan het verzamelen om de conserverende werking van kou op vleeswaren te bepalen. Over het algemeen waren Bacons leven en carrière vrij onopmerkelijk; zijn persoonlijke karakter was volgens Frederic R. White "op geen enkele manier bewonderenswaardig". Hij deed geen significante wetenschappelijke ontdekkingen en ontdekte geen wetenschappelijke wetten. Maar zijn ideeën waren diepzinnig en weerspiegelden zijn diepe denkvermogen en genialiteit.

Bacon was een filosoof van de eerste orde en had eeuwenlang invloed op de westerse beschaving, ook al werd hij in zijn eigen tijd ronduit bekritiseerd door andere filosofen. Hij noemde zijn critici "mannen met een scherp verstand, opgesloten in hun cellen met slechts enkele auteurs, voornamelijk Aristoteles, hun dictator". In plaats van oude ideeën met deductieve rede te hergebruiken, was Bacon een voorstander van "de frisse beschouwing van de details", dat wil zeggen het verzamelen van bewijs met behulp van experimenten, gevolgd door interpretaties, in plaats van het deduceren van de aard van de details op basis van universele formules en principes. De "Encyclopedia Britannica" legt uit dat hij geen onbehouwen empirist was; hij geloofde in het formuleren van wetten en generalisaties: "Maar zijn blijvende plaats in de geschiedenis van de filosofie is een gevolg van zijn doelgerichte pleidooi om de ervaring te gebruiken als de enige bron van geldige kennis en van zijn diepe enthousiasme voor de vervolmaking van de natuurwetenschap." Bacon schreef de meeste van zijn filosofische werken pas laat in zijn leven; zijn eerste werk "The Advancement of Learning" schreef hij in 1605 op 44-jarige leeftijd; zijn bekendste werk, "Novum Organum" (bedoeld als onderdeel van een groter werk), in 1620 op 59-jarige leeftijd. Hij schreef nog meer werken tot aan zijn dood op 65-jarige leeftijd. Enkele van zijn werken werden postuum gepubliceerd.

Net als Pascal had Bacon aanleg voor prikkelende spreuken. Zijn eponiemen zijn wijze woorden, "als gouden appels op een zilveren schaal" (Spreuken 25:11). Hier volgen enkele voorbeelden om een idee te krijgen van zijn denken:

  • Kennis is macht.
  • Hoop is een goed ontbijt, maar een slecht avondmaal.
  • Geld is als mest, het is niets waard behalve wanneer het verspreid wordt.
  • Tactvol spraakgebruik is beter dan welsprekendheid.
  • Kies het leven dat het nuttigst is, dan zal de gewoonte het ook het aangenaamst maken.
  • Tijd kiezen is tijd besparen.
  • Boeken moeten de wetenschappen volgen, niet de wetenschappen de boeken.
  • God heeft geen grenzen gesteld aan het gebruik van het intellect dat hij ons aan deze zijde van het graf heeft gegeven.
  • Om de natuur te beheersen, moet zij gehoorzaamd worden.
  • De oorzaak van elk bijgeloof is dat mensen wel de treffers, maar niet de missers waarnemen.
  • Een scherpzinnige vraag is een halve wijsheid.
  • Sommige boeken moeten geproefd worden, andere moeten doorgeslikt worden, en enkele moeten gekauwd en verteerd worden.
  • Lezen zonder te overdenken is als eten zonder te verteren.

Maar Bacons woorden zijn meer dan mooie citaten voor "Reader’s Digest". Zij droegen een visioen van het Nieuwe Atlantis, het nieuwe pad naar kennis over de wereld. Loren Eiseley zei in "The Man Who Saw Through Time" dat Bacon "...vollediger dan enige andere man van zijn tijd het idee overwoog dat het heelal een vraagstuk is dat opgelost, onderzocht en overdacht moest worden, in plaats van een eeuwig star gefixeerd toneel waarop de mens rondliep." Op een vergelijkbare manier heeft de tegenwoordige wetenschapsfilosoof Paul Nelson binnen een Intelligent Design raamwerk de wetenschap beschreven als "een expeditie om een enorme puzzel op te lossen, waarin je aan de basis van alle dingen orde en rationaliteit verwacht te vinden". De titelpagina van "The Advancement of Learning" is een afbeelding die laat zien hoe deze nieuwe wetenschap de mensheid verder brengt dan de Zuilen van Hercules, de veronderstelde begrenzingen van de menselijke navorsingen. Onderaan de pagina staat een citaat uit Daniël 12:4: "Veel mensen zullen proberen het te begrijpen en zullen het onderzoeken. Ze zullen er steeds meer van gaan begrijpen." Hij verzette zich sterk tegen a priori vooronderstellingen. In dat opzicht zou een weinig neo-Baconiaanse filosofie ons vandaag de dag veel goed doen. Darwinisten nemen over het algemeen aan dat de evolutieleer waar is en proberen hun waarnemingen dan te laten passen binnen die aanname. Het boek "Darwin's God" van Cornelius Hunter laat zien hoe de vermeende bewijzen voor het Darwinisme uiteindelijk metafysisch van aard zijn. Ongeacht of zij het hebben over homologie, fossielen of micro-evolutie, hun waarnemingen zijn een bijkomstigheid; de meeste argumenten die Darwinisten gebruiken tegen het idee van een bijzondere schepping draaien om de vraag wat een Schepper al dan niet zou doen. Wanneer zij gevraagd worden om de evolutieleer daadwerkelijk te bewijzen, kunnen hun aangevoerde argumenten de gedane beweringen aangaande belangrijke transformaties niet rechtvaardigen. Francis Bacon zou ontsteld zijn.

We zeiden eerder dat de vermelding van een persoon in deze reeks niet automatisch betekent dat wij het 100% met die persoon eens zouden zijn. Het thema is dat de christelijke gedachte bevorderlijk is geweest voor de wetenschap. In sommige opzichten moeten christenen op hun hoede zijn voor de Baconiaanse filosofie. Bacon was niet katholiek of scholastisch, maar aanvaardde kennelijk toch de premisse van Thomas van Aquino dat de menselijke rede niet was aangetast door de zondeval. Hij schreef ook: "Onze menselijkheid zou een armzalig iets zijn, ware het niet de goddelijkheid die zich binnen in ons roert." We weten allemaal hoe die gedachte tot in het extreme kan worden doorgevoerd. Zijn uitspraak is acceptabel in die zin dat hij bedoelde dat wij beelddragers zijn van God; het is onwaarschijnlijk dat Bacon eraan twijfelde dat mensen zondaars zijn die een Redder nodig hebben. Daarnaast zou iemand kunnen denken dat Bacons pleidooi voor de ervaring als richtlijn voor de waarheid strijdig is met een vertrouwen in de goddelijke openbaring. David Hume trok dat idee zo ver door als mogelijk was (tegenwoordig is het tij gekeerd tegen Hume, omdat onze "algemeen geldende ervaring" over informatie en codes wetenschappers gedwongen heeft om de werkelijkheid van intelligent design in DNA onder ogen te zien). Maar Bacon was niet schizofreen ten aanzien van inductie en autoriteit. Hij vond niet dat zijn godsdienstige geloof in strijd was met zijn pleidooi voor de wetenschappelijke methode; zoals hij zei leidt een diepe filosofie de gedachten van een mens terug naar godsdienst. Met zinspelingen op Genesis 1, zei hij: "De eerste schepping van God in de werking van de dagen was het licht van de bewustwording, de laatste was het licht van de rede; en zijn Sabbatswerk sindsdien is de verlichting van de geest." De verlichting van de geest is het werk van de Heilige Geest door middel van het Woord van God (Johannes 16:13).

Al staat hij vooral bekend om zijn voorliefde voor feiten, en soms als een criticus van poëzie, toch was Sir Francis Bacon zelf een vrijetijdsdichter (al is het hoogst onwaarschijnlijk dat hij de geheime schrijver zou zijn geweest van Shakespeares toneelspelen, zoals sommigen beweren). Poëzie geeft ons, meer dan proza of filosofie, een blik in de ziel van de schrijver. Was Sir Francis Bacon een creationist? Geloofde hij in de Bijbel? Was hij een godvruchtig gelovige? Vertrouwde hij zelf op zijn hemelse Koning en keek hij uit naar de eeuwige overwinning van Christus? Lees hier zijn gedicht "Zing een nieuw lied" ("Sing a New Song") en trek je eigen conclusie:

    ZING EEN NIEUW LIED
    door Sir Francis Bacon

    O zing een nieuw lied, tot onze God in den hoge,
    Ga de wereldse uit de weg, 't is voor het heilige koor:
    laat Israël een lied zingen van heilige liefde
    tot hem die hen heeft gemaakt, met hun harten in vuur en vlam:
    laat Sions zonen hun stem verheffen, en zingen,
    lofliederen en hymnes tot hun hemelse koning.

    Laat niet alleen je stem zijn lof verkondigen,
    maar beweeg, en prijs hem met dans;
    bekkens en harpen, laat ze goed afgestemd zijn,
    want hij zal de toestand van de arme verbeteren:
    doe dit niet alleen op de plechtige dagen,
    maar verhef je geest ook in het geheim in bed.

    O laten de heiligen lof voor hem in hun mond hebben,
    en een tweesnijdend zwaard in hun hand,
    om daarmee de dagen van voorheen te wreken,
    op alle volken, dat zij hun vuur zullen weerstaan;
    om hun koningen te boeien in sterke ijzers,
    en hun edelen kluisteren voor hun onrecht.

    Kijk uit naar die tijd, want het is in de hemel verordend,
    zulke eer zal aan zijn heiligen worden gegeven.

Volgende pagina


Hier kun je een pagina vinden met een enorm aantal links naar werken van en online artikelen over Francis Bacon, waaronder zijn gedichten. Dit zal mensen die geïnteresseerd zijn in Bacon wel even bezighouden!

Je kunt ook diverse boeken van Bacon online vinden op het Internet History of Science Sourcebook.