3.3. Sir Isaac Newton
(1642 - 1727)

Robert Boyle Wie was de grootste wetenschapper aller tijden? Een groot aantal historici en wetenschappers zou deze man noemen: Isaac Newton. Sir Isaac Newton was een wetenschapper bij uitstek. Hij werd sterk gemotiveerd door zijn Bijbelse overtuigingen en vond zelfs dat hij persoonlijk betrokken was bij de vervulling van de profetie uit Daniël 12:4: "Veel mensen zullen proberen het te begrijpen en zullen het onderzoeken. Ze zullen er steeds meer van gaan begrijpen."

Dat de grootste wetenschapper aller tijden een christen en een creationist was, zou voor elke Darwinist stof tot nadenken moeten zijn. Hij was de mede-uitvinder van de calculus, ontdekker van de gravitatiewet en de drie bewegingswetten, onderzoeker van de splitsing van wit licht in kleuren via een prisma, uitvinder van de spiegeltelescoop en schrijver van het belangrijkste boek van de wetenschappelijke revolutie (de Principia Mathematica). Sir Isaac Newton is onovertroffen in de galerij van de grote wetenschappers.

Maar staat er in jouw geschiedenisboek wel dat Newton meer over theologie schreef dan over wetenschap? Een artikel van Geoff Brumfiel in Nature (19 augustus 2004) gaat hier dieper op in. Newton benaderde Bijbelstudie met net zo veel ijver en planning als de natuurkunde. Nog belangrijker is dat hij geloofde dat de Bijbel net zo zeer de waarheid over God openbaart als wetenschappelijk onderzoek de waarheid over de natuur openbaart. Brumfiel schrijft:

    Newtons godsdienst en wetenschap waren wellicht verbonden door een geloof in de absolute waarheid. Newton gebruikte testbare hypothesen om waarheid in de natuur te vinden en hij geloofde dat zijn godsdienstige geschriften de waarheid over God openbaarden, zegt [Robert] Iliffe [directeur van The Newton Project]. (nadruk toegevoegd)

Het leek onwaarschijnlijk dat de jonge Isaac zou uitgroeien tot zo'n groot wetenschapper. Hij was afkomstig uit een arm gezin en werd verzorgd door twee vrouwen die weinig voor die taak voelden. Hij was een excentrieke einzelgänger. Later in zijn leven bleek hij ook wraakgierig te zijn tegenover mensen die hij niet graag mocht (in het bijzonder Robert Hooke, wiens herinnering hij probeerde uit te wissen). Wij kunnen Newton daarom niet als een model voor persoonlijke relaties aanprijzen.

Veel mensen hebben vraagtekens gezet bij de orthodoxie van zijn theologische kijk op God en Jezus Christus; sommigen hebben deze verdedigd met de bewering dat hij verkeerd begrepen werd (zie dit artikel van Lambert Dolphin voor een overzicht). Het lijdt geen twijfel dat Jezus Christus als de Heer van hemel en aarde bij Newton in bijzonder hoog aanzien stond; de controverse heeft te maken met de vraag of hij Christus zag als een wezen dat geschapen werd voordat de wereld werd gemaakt. Het is mogelijk dat hij tijdens zijn leven geweifeld heeft wat betreft zijn kijk op dit onderwerp. Het meest waarschijnlijke is dat hij zijn werkelijke gevoelens hierover voor zich hield om de schijn van heterodoxie te vermijden. Mogelijk is dat de reden waarom zijn overtuigingen aangaande Christus en de Drie-eenheid vandaag de dag nog steeds onderwerp van discussie zijn. Het zou niet eerlijk zijn om hem in óf het ene, óf het andere hokje te plaatsen. Newtons gedachten waren te genuanceerd voor een dergelijke simplistische categorisatie.

Er bestaat daarentegen geen enkele controverse over de vraag of Newton een Bijbels creationist was. Hij geloofde dat de God van de Bijbel de enige Schepper van hemel en aarde was. De Bijbel was zijn bron van waarheid en zijn gids voor het leven, die hij eerbiedig en oprecht behandelde. Newton verkwistte kennelijk veel tijd met het onderzoeken van alchemie en enkele obscure theologische en eschatologische standpunten. Daarom kunnen we Newton niet aanprijzen als een "goudenmedaillewinnaar" in deze reeks wetenschappers (een oordeel dat gemaakt wordt op basis van orthodoxie, persoonlijke integriteit en bevordering van de scheppingsleer naast wetenschappelijke prestaties), maar toch voldeed hij aan onze fundamentele thema's: (1) wetenschap gebaseerd op de scheppingsleer is vruchtbaar, en (2) de beste wetenschappers in de geschiedenis geloofden in God, eerden de Bijbel en werden gemotiveerd door hun theologische overtuigingen.

Men moet onderkennen dat Newton niet "Newtoniaans" was, in de zin dat hij een deïst zou zijn. Volgelingen van Newtons wetten begrepen dat deze wetten betekenden dat het heelal werkte als een uurwerk, en als zodanig onderworpen was aan mechanische regelmatigheden die niet gewijzigd konden worden. Hierdoor leek het alsof de Schepper zijn klok tijdens de schepping had opgewonden en dat die klok vervolgens in zijn eentje kon draaien. Een extreme interpretatie van deze "mechanistische" kijk op het heelal zou elke actieve betrokkenheid van God bij zijn schepping ontkennen. Maar God kan niet in een Newtoniaans doosje gestopt worden en Newton dacht zelf ongetwijfeld niet op deze manier over God. Een biografie van James Glieck, die in Science magazine werd gerecenseerd (zie het artikel "Was Newton a Newtonian?", 15 augustus 2003), maakt dit duidelijk. Recensente Patricia Fara schrijft:

    Newton zelf zou de moderne Newtoniaanse natuurkunde verafschuwd hebben, met name de innovaties die zij te danken heeft aan Pierre Laplace, de zogenaamde "Franse Newton" die de deterministische interpretatie introduceerde die wij tegenwoordig associëren met "Newtonianisme". Toen Napoleon opmerkte dat het leek alsof Laplace God uit zijn heelal had weggestreept, antwoordde hij: "Sire, ik heb die hypothese [d.w.z. God] niet nodig." Maar voor de oorspronkelijke Engelse Newton was God overal aanwezig, zelfs - of misschien wel vooral - in lege ruimte. Al weigerde Newton om in de pas te lopen met de religieuze orthodoxie, toch geloofde hij, zoals Gleick uitlegt, "in God, niet omdat dat een verplichting zou zijn, maar als het weefsel van zijn begrip van de natuur."

Newton beschouwde de Heer Jezus Christus als de Redder van de wereld. Hij geloofde in Bijbelse wonderen. Hij schreef krachtige artikelen tegen het atheïsme en verdedigde de schepping en de Bijbel, zo schreef Henry Morris ("Men of Science, Men of God", 1982). Laat Newtons eigen woorden maar voor hem spreken: "Ik heb een fundamenteel geloof in de Bijbel als het Woord van God, geschreven door mannen die door God geïnspireerd werden. Ik bestudeer de Bijbel dagelijks."

Als jij de eer kon opstrijken voor de ontdekking van de primaire natuurwetten - zwaartekracht, optiek, de bewegingswetten - zou jij dan pochen over je cv? Hier is wat deze geweldige wetenschapper zelf over zijn eigen prestaties zei: "Al mijn ontdekkingen zijn gedaan als antwoord op gebeden."

Volgende pagina


The Newton Project publiceert alle werken van Isaac Newton, inclusief Engelse vertalingen van zijn godsdienstige werken in Latijn.