7.1. Verkeerde ideeën over waarschijnlijkheid

De kansrekening gaat niet over absolute waarden. Zij zegt nooit dat iets "onmogelijk" is, tenzij het gaat om iets wat zich volledig buiten het domein bevindt van de onderwerpen waarin onzekerheid een rol speelt. Charles-Eugène Guye was een gerespecteerd professor in de natuurkunde aan de Universiteit van Genève. Hij verwoordde deze waarheid als volgt (hij gebruikte het woord "evolutie" in dit verband om een veranderingsproces in algemene zin aan te duiden):

"De evolutie van een fenomeen heeft de neiging om volgens de grootste waarschijnlijkheid plaats te vinden. Hieruit volgt dat fysisch-chemische wetten beschouwd kunnen worden als statistische wetten. Dit is een waarheid met grote nauwkeurigheid, vanwege de wet van de grote getallen, maar zonder het karakter van absolute conclusies dat gewoonlijk aan deze wetten wordt toegekend." [1]

Veel wetenschappers nemen op basis van dit idee heel makkelijk aan dat verwacht kan worden dat een bepaalde gebeurtenis vroeger of later zal optreden, als deze theoretisch niet onmogelijk is. [2]

Wetenschappers zijn mensen en zijn niet immuun voor sommige misvattingen. Een voorbeeld van een dergelijk verkeerd idee is dat zelfs een extreem onwaarschijnlijke gebeurtenis met zekerheid zal optreden als je enkele honderden miljoenen jaren hebt om erop te wachten. Een professor aan de universiteit van Harvard schreef in 1954 een populair artikel waarin hij suggereerde dat het leven toevallig ontstond: "Het wordt in toenemende mate waarschijnlijker", zo zei hij, "wanneer het aantal pogingen toeneemt. Uiteindelijk zal de gebeurtenis haast onvermijdelijk worden." [3]

Maar is dat echt zo? Als je de principes van de kansrekening in gedachten houdt, kun je eraan twijfelen of zelfs deze zeer bekende wetenschapper wel goed over zijn uitspraak had nagedacht. Honderden andere biologen die dit artikel lazen namen gewoon aan dat dit daadwerkelijk door anderen geverifieerd was, zonder er verder nog enige vraagtekens bij te zetten. Maar als je de moeite neemt om er wat dieper over na te denken, dan wordt al snel duidelijk dat een dergelijke conclusie ongegrond is, zelfs al was de schrijver misschien wel heel oprecht.

Op deze manier worden "mythen" verspreid en worden zij bijna universeel aanvaard. Het is gewoonlijk niet eens de schuld van een bepaald persoon in het bijzonder. In zekere zin lijkt het op de treinramp uit het verhaal over treinmachinist Casey Jones: op een rangeerspoor stonden al zo veel vrachttreinen dat verscheidene wagons van de laatste vrachttrein niet meer op dat zijspoor pasten. Ze bleven dus op het hoofdspoor staan, in het pad van de aanstormende sneltrein die door Casey werd bestuurd. De machinisten van al deze vrachttreinen hadden abusievelijk aangenomen dat er aan het begin van het zijspoor wel iemand moest zijn die de passagierstrein zou laten weten dat die moest stoppen.

Aangaande het onderwerp van ons boek nemen veel wetenschappers of andere hoogopgeleide personen aan dat er toch wel iemand geweest moet zijn die deze algemeen aanvaarde wetenschappelijke dogma’s zorgvuldig heeft onderzocht. Met de informatie die we nu beschikbaar stellen, zul je voor jezelf kunnen nagaan wat de waarschijnlijkheid is van bepaalde populaire conclusies.

Volgende pagina


1 Charles-Eugène Guye, "Physico-Chemical Evolution" (New York: E. P. Dutton and Co., 1925), pp. 3, 4. [Terug naar de tekst]

2 Professor Guye stelde daarentegen dat de waarschijnlijkheid van een gebeurtenis zo klein kan zijn dat deze praktisch gezien gelijk is aan onmogelijk. Hij zegt: "De bewering dat een fenomeen onmogelijk is en de bewering dat de kans erop gelijk is aan één op honderd miljoen is ‘praktisch’ gezien hetzelfde" (idem, p. 104). Dit wordt begrepen in de zin van een onwaarschijnlijke gebeurtenis binnen een bepaalde tijdslimiet, zodat de praktische waarschijnlijkheid ervan nihil is. [Terug naar de tekst]

3 George Wald, "The Origin of Life", Scientific American (augustus 1954), p. 47. [Terug naar de tekst]