7.9. Het verkrijgen van een minimale levensvatbare verzameling eiwitmoleculen

Zojuist is berekend dat de kans op een enkele toevallig gerangschikte eiwitmolecule gelijk is aan 1 op 10161, als we gebruik maken van alle atomen op de aarde en met alle tijd beschikbaar sinds het ontstaan van de aarde. Wat is de waarschijnlijkheid dat een volledige verzameling eiwitten voor de kleinst mogelijke theoretische levensvorm wordt geproduceerd?

De tweede eiwitmolecule zal veel moeilijker voort te brengen zijn dan de eerste, omdat deze onderdeel zal moeten zijn van een aan elkaar passende verzameling. De eiwitmoleculen van een cel zijn zeer specifiek aangepast om als een team te kunnen samenwerken. We namen aan dat het eerste eiwit enig bruikbaar eiwit zou kunnen zijn dat waar dan ook een taak zou kunnen uitvoeren. Zodra dat eerste eiwit bepaald is, moet de rest van de verzameling daar exact op aansluiten. Het is vergelijkbaar met de bouw van een auto als je een container met auto-onderdelen hebt. Zodra het soort auto is bepaald door de eerste component die gebruikt wordt, zullen alle andere onderdelen deel moeten uitmaken van diezelfde in elkaar passende groep. In de meeste gevallen zal niets anders op aarde passen dan het onderdeel dat speciaal voor dat doel gemaakt werd.

Nadat de eerst eiwitmolecule door toeval is verkregen (als dat al ooit gebeurt), moeten de andere onderdelen dus zeer specifiek zijn, op dezelfde manier als in het geval van de auto-onderdelen.

Volgende pagina