7. Waarschijnlijkheid en de eerste eiwitten

    Zelfs de eenvoudigste van alle stoffen [eiwitten] zijn extreem complexe samenstellingen en bevatten vele duizenden koolstof-, waterstof-, zuurstof-, en stikstofatomen die absoluut in bepaalde patronen zijn gerangschikt, specifiek voor elke afzonderlijke stof. Voor mensen die de structuur van eiwitten bestuderen lijkt de spontane vorming van zo’n atomaire structuur in de eiwitmolecule net zo onwaarschijnlijk als het per ongeluk ontstaan van de tekst van Virgilius’ "Aeneis" uit een stapel rondgestrooide letters. [1]
    A. I. Oparin

Mogelijk heb je jezelf al de volgende vraag gesteld: als evolutie zo onwaarschijnlijk is, waarom zijn er dan zo veel wetenschappers en andere intelligente mensen die dit aanvaarden? Dit is uiteraard een centraal vraagstuk, en hoofdstuk 12 zal hieraan gewijd zijn. [2]

We moeten opmerken dat slechts weinig mensen de tijd hebben om bepaalde specifieke onderwerpen tot in detail te bestuderen. Dat geldt zelfs voor de intelligentste wetenschappers. Vaak worden conclusies die onder wetenschappers als "algemene kennis" worden beschouwd, aanvaard zonder dat er vraagtekens bij gezet worden. Niet iedereen heeft de tijd om in elk onderwerp te duiken. Het is zelfs voor een wetenschapper gemakkelijk om te denken dat bepaalde principes of axioma’s daadwerkelijk zijn bewezen.

Tegenwoordig is het onder wetenschappers gebruikelijk om nooit vraagtekens te zetten bij het idee dat Darwin het voornaamste principe van de evolutietheorie daadwerkelijk heeft bewezen. Een openlijk communist als Oparin kan vrijelijk bekennen, zoals in bovenstaand citaat, dat we niet kunnen verwachten dat het toeval dit alles op zo’n ordelijke wijze in elkaar zou kunnen zetten. Hij wendt zich daarom zich tot zijn filosofie van het dialectisch materialisme.

"Rationeel gezien," schrijft Oparin, "kan het leven in materialistische zin alleen begrepen worden als een speciale vorm van de beweging van materie, die op een bepaald moment in de ontwikkeling van materie op een normale manier ontstaat." [3]

Voor de niet-communistische materialist schept dit een groot probleem. Veel evolutionisten hebben Oparins stappenplan voor de evolutie van het leven uit niet-levende chemicaliën zorgvuldig gevolgd. Maar zij zien geen reden om zijn communistische filosofie te aanvaarden. Zoals zal blijken, manoeuvreert men zich op deze manier in een onhoudbare positie. Dat gebeurt meestal op de volgende manier: men hoopt dat niemand deze precaire situatie zal opmerken en omzeilt vervolgens monter het probleem.

Het probleem is dat er voor de materialist naast het toeval geen andere manier is om de volledige schepping van leven uit niet-leven voor elkaar te krijgen. Het idee van een intelligente Schepper is volledig uit den boze; het is "een idee dat natuurlijk al lang geleden de lucht in is geblazen". En zoals we in het vorige hoofdstuk hebben gezien, kan natuurlijke selectie in die fase geen uitkomst bieden vanwege het ontbreken van een nauwkeurig duplicatieproces.

Volgende pagina


1 In de online versie van dit boek een afzonderlijk artikel. [Terug naar de tekst]

2 A. I. Oparin, "The Origin of Life" (New York: Dover Publications, editie uit 1953), pp.132, 133. [Terug naar de tekst]

3 A. I. Oparin, "Genesis and Evolutionary Development of Life" (New York: Academic Press, 1968), p. 6. Dit communistische geloof is, zoals Tresmontant aangaf, slechts een vorm van pantheïsme, het idee dat "alles God is", een vals geloof waarin geen verantwoording afgelegd hoeft te worden aan een hogere Macht. In het communistische denkbeeld moet materie zich vanwege zijn eigen aard ontwikkelen. Wanneer leven dan uiteindelijk, uiteraard, evolueert als materie, ontstaan er nieuwe biologische wetten die dan gewoon een nieuwe fase in deze ontwikkeling zijn. Dit wereldbeeld is feitelijk een godsdienst, waarin "materie in beweging" de god is. Dit leidt tot het soort "vitalisme" waarover dr. Oparin steen en been klaagt wanneer het in publicaties van andere wetenschappers wordt gebruikt (zoals Erwin Schrödinger, de natuurkundige die met zijn hypothese over het golfkarakter van materie een grote bijdrage leverde aan onze kennis). [Terug naar de tekst]