2.3. Waarschijnlijkheidstheorie in de moderne natuurkunde

In de huidige eeuw is de natuurkunde de grootste drijfveer gebleken voor de voortgaande bestudering van de kansrekening. Deens natuurkundige Niels Bohr bracht in 1913 enkele van zijn epische conclusies voort met betrekking tot de aard van het atoom. Hij bouwde voort op werk dat enkele jaren eerder door Max Planck in Duitsland was uitgevoerd. Plank had geschreven over de "kwantums" - of hoeveelheden - energie die door atomen worden afgestaan en geabsorbeerd. [1]

Deze en andere ontdekkingen bereikten in 1926 een hoogtepunt met de verschijning van de volledige theorie van de "kwantummechanica". De kwantummechanica gaat over de wetten die fenomenen op zó’n kleine schaal reguleren, dat ze niet kunnen worden verklaard door de gewone mechanische wetten.

In dit uitzonderlijk ingewikkelde vakgebied boekte de waarschijnlijkheidstheorie de grootste vooruitgang. In een groot aantal situaties waarin het gedrag van atoomdeeltjes volkomen arbitrair en willekeurig leek te zijn, brachten de statistische wetten van de waarschijnlijkheid "orde". In het midden van de twintigste eeuw "was het concept van waarschijnlijkheid een van de fundamentele inzichten van de moderne wetenschap en natuurlijke filosofie geworden." [2]

De behoefte aan zorgvuldig onderzochte waarschijnlijkheidsprincipes heeft een groot aantal boeken over dit onderwerp opgeleverd. Je openbare- of schoolbibliotheek heeft er ongetwijfeld een aantal. Gemiddelden en formules zijn tot in groot detail uitgewerkt en zijn uiterst betrouwbaar. Wolkenkrabbers worden gebouwd en maanexpedities gelanceerd dankzij technologie die van deze wetten afhankelijk is. Winkels nemen beslissingen over de hoeveel goederen die zij in voorraad moeten houden, dienstregelingen voor vluchthavens worden opgesteld, verkeerslichten worden op elkaar afgesteld, stedelijke planning wordt uitgevoerd – en dit allemaal met behulp van de waarschijnlijkheidstheorie.

Volgende pagina


1 David Bohm, Causality and Chance in Modern Physics (Princeton, N. J.: D. Van Nostrand Coo, Inc., 1957), p. 72. [Terug naar de tekst]

2 Encyclopaedia Britannica, op. cit., p. 571. [Terug naar de tekst]