2.7. De kansrekening kan op de evolutieleer worden toegepast

De waarschijnlijkheidstheorie speelt een primaire rol als (1) aangenomen wordt dat er geen intelligente planning plaatsvindt en (2) er geen oorzaak-en-gevolg-relatie vastgesteld kan worden omdat de "oorzaken te complex zijn om een voorspelling mogelijk te maken." [1]

Harold J. Morowitz, Professor in de biofysica aan Yale University, schreef:

"Vaak is een proces zó gecompliceerd of zijn we zó onwetend wat betreft de randvoorwaarden, of wat betreft de wetten die het proces leiden, dat we het resultaat van dat proces alleen maar op een statistische manier kunnen voorspellen… Willekeurigheid is in zekere zin een gevolg van de onwetendheid van de waarnemer. Toch heeft willekeurigheid zelf enkele eigenschappen die ons krachtige gereedschappen hebben aangereikt voor de bestudering van het gedrag van atomaire systemen." [2]

De evolutietheorie is een ideaal onderwerp voor de toepassing van de kanswetten. Volgens onze eerdere definitie ontkent de evolutionaire doctrine enige intelligente planning vooraf en is willekeurige materie in beweging de primaire oorzaak van de gebeurtenissen. "Toevallige mutaties" leiden tot de variatie waarop het tegenwoordige, algemeen geaccepteerde evolutionaire denken is gebaseerd.

Een centrale vraag die we zullen onderzoeken is de volgende: rechtvaardigen de kanswetten de gedachte dat evolutie binnen het bereik van de voorstelbare waarschijnlijkheid valt?

Volgende pagina


1 Emile Borel, Probabilities and Life (New York: Dover Publications, Inc., 1962) , p. 1. Op dezelfde pagina zegt Borel: "De principes waarop de calculus van waarschijnlijkheden is gebaseerd zijn uiterst eenvoudig en net zo intuïtief als de redeneringen die een accountant bij zijn werk gebruikt." [Terug naar de tekst]

2 Harold I. Morowitz, Entropy for Biologists (New York: Academic Press, 1970), pp. 64, 65. [Terug naar de tekst]