2.6. Wanneer de kansrekening niet van toepassing is

Er zijn situaties waarin toeval er weinig mee van doen heeft. We hebben gezien dat toeval niet in het spel is wanneer specifieke resultaten met precisie voorspeld kunnen worden. Daarnaast zijn situaties waarin sprake is van een vooraf gedefiniëerd doel niet geschikt om er de waarschijnlijkheidstheorie op los te laten. Datzelfde geldt voor gevallen waarin bekende oorzaak-en-gevolg-ketens bestaan. Als je op de lichtschakelaar drukt, gaat het licht aan. Normaal gesproken is hier geen kans of toeval bij betrokken.

Het wordt een ander verhaal als het licht uitgaat omdat een boom ergens door een ongeluk op een hoogspanningslijn valt. Hoewel er oorzaak en gevolg in het spel zijn, kunnen we de exacte volgorde niet precies vaststellen. We kunnen ook niet stellen dat iemand het doel had om de boom op dat bepaalde moment te laten vallen of de oorzaak was van dit voorval. Het is niet mogelijk om van te voren te bepalen wanneer en waar zoiets zal gebeuren. Vanuit onze menselijke waarneming zeggen we dat het "toevallig" zo gebeurde op dat tijdstip en op die plaats.

Een ander voorbeeld is het aantal auto’s dat een bepaald punt van een straat in een tijdsperiode van tien minuten passeert. Verkeersplanners moeten straten en verkeerslichten plannen en willen daarom op de hoogte zijn van dergelijke cijfers. Hoewel elke auto zijn eigen keten van oorzaak en gevolg bezit wat betreft het hoe en waarom de bestuurder op die plaats en op dat tijdstip voorbijrijdt, toch is het overduidelijk onmogelijk om met zekerheid te voorspellen hoeveel auto’s dat punt precies zullen passeren. Er komen te veel factoren bij kijken die niet met zekerheid kunnen worden vastgesteld. Het is niet een situatie waarin de verkeersplanner een duidelijk te onderscheiden keten kan zien: "deze oorzaak heeft dat gevolg". Hij moet daarom waarschijnlijkheidsredeneringen gebruiken die uiteindelijk gebaseerd zijn op eerdere ervaringen en uniformiteit.

Volgende pagina