2.10. William Harvey
(1578 - 1657)

William Harvey William Harvey, een tijdgenoot van Galileo, Kepler, Bacon, Descartes en Shakespeare, is eveneens een belangrijke figuur in de ontwikkeling van de wetenschappelijke methode, in dit geval op het gebied van de geneeskunde. Zijn faam heeft hij te danken aan zijn ontdekking van de werking van de bloedsomloop en de werking van het hart als de pomp achter deze circulatie. Middels een reeks pientere experimenten wist hij de aanvaarding van proefnemingen voor de bepaling van de werking van de natuur te vergroten, in plaats van een buitensporig vertrouwen te stellen op het menselijk gezag. Het is interessant dat zijn belangrijkste prestatie geïnspireerd werd door een uitspraak in de Bijbel.

Openlijke aanwijzingen voor Harveys persoonlijke geloof zijn zeldzaam, al sprak hij vaak over het ontwerp (van de natuur) en had hij het gevoel dat wetenschap een godvruchtige roeping was. Slechts weinige van zijn manuscripten zijn behouden gebleven. De meeste werden geroofd door plunderaars tijdens de burgeroorlog van 1642, toen Harvey 64 jaar oud was (een ernstige beproeving voor hem). De resterende werken onthullen weinig over de mens Harvey. Een korte biografie van een bibliothecaris uit zijn tijd levert weinig meer op, maar Robert Boyle gaf ons één belangrijk stuk informatie (zie beneden). Wat wel duidelijk is, is dat Harvey geloofde in het goddelijke auteurschap en gezag van de Bijbel en de Godheid van Christus, en dat de zoektocht naar doelgerichtheid in de natuur - het gevolg van Gods scheppende wijsheid - een krachtige motivatie was achter zijn werk. Eén uitdrukkelijke verwijzing naar de Schrift, aan het einde van dit artikel, zal in dit opzicht bijzonder verhelderend blijken.

William werd in 1578 geboren in een gezin van een zogenaamde "eigenerfde", die deel uitmaakte van een familie van Kentse boeren die succesvol genoeg waren geweest om ook zelf handel te drijven. Hij was de oudste van zes broers, die allen succesvolle handelslieden werden. Zijn vader was een welvarende man die de burgemeester van hun woonplaats werd. Al op tienjarige leeftijd studeerde de jonge William in Canterbury, en kreeg vervolgens een studiebeurs om geneeskunde te studeren aan de Universiteit van Cambridge. Nadat hij in 1597 in Cambridge afstudeerde, trok hij naar het buitenland om zijn geneeskundige studies voort te zetten aan de beste school op dat gebied in die tijd, namelijk de Universiteit van Padua. Na zijn afstuderen in Italië keerde hij in 1602 naar Engeland terug en slaagde hij op indrukwekkende wijze voor zijn examens ten overstaan van het College of Physicians. Enkele jaren later trouwde hij met Elizabeth Browne, dochter van de lijfarts van de koning, maar zij bleven kinderloos.

William Harvey praktiseerde de geneeskunde in Londen en werd in 1607 gekozen als lid van de Royal College of Physicians, waarin hij in 1616 voor het leven benoemd werd als lector. In deze periode verwierf hij reputatie als toonaangevend arts in Engeland en dat was zeer verdiend. In deze tijd publiceerde hij ook zijn ideeën over de bloedsomloop. Niet veel later, in 1617, werd hij de lijfarts van koning Jacobus I (bekend van de King James Bijbel) en later, in 1625, van koning Karel I van Engeland, bij wie hij verbleef tijdens de burgeroorlog van 1642-1648 (de Puriteinse Revolutie en de kortstondige heerschappij van Oliver Cromwell). Na het herstel van de koninklijke regering keerde Harvey, nu 69 jaar oud, in 1647 naar Londen terug om bij zijn broers te zijn. Het grootste gedeelte van zijn lange carrière was hij verbonden aan het St. Bartholomew's ziekenhuis in Londen. Tegen het einde van zijn leven werd Harvey gekozen tot voorzitter van de Royal College of Physicians, maar hij bedankte voor de eer. Hij stierf in 1657, vlak voordat Robert Boyle en Antoni van Leeuwenhoek aan hun loopbaan begonnen.

Harveys notities voor zijn lezingen laten zien dat hij geestig en een onafhankelijk denker was. Hij rijmde ooit:

    "Er zit een begeerte in de mens die geen enkele betovering kan kraken,
    om luid de schaamte van zijn naaste bekend te maken:
    op de vleugels van adelaars vliegt de kwaadsprekerij,
    maar het leven van deugdelijke daden gaat snel voorbij."

Al is zijn werk op het gebied van de bloedsomloop legendarisch, toch moeten we erbij stilstaan dat de meeste van zijn wetenschappelijke ontdekkingen uitwerkingen waren van eerder werk. Hoewel het waar is dat een groot aantal artsen in de tijd van Harvey een overmatig vertrouwen stelde op het klassieke gezag, vooral dat van Galenus, gold dit niet voor allen; zo verbrandde de populaire non-conformist Paracelsus de werken van Avicenna en Galenus om zijn intellectuele onafhankelijkheid te verkondigen. Veel anderen lazen de klassieke werken alleen om ze te bekritiseren. Harvey was, zoals de meeste van zijn tijdgenoten, sterk Aristoteliaans, maar niet op een slaafse manier. Bovendien was zijn experimentale aanpak het erfgoed van een lange opeenvolging van empirisch werk van zijn voorgangers Vesalius, Fabricius en Colombo. Met andere woorden, hij werkte niet aan vraagstukken die nog nooit het onderwerp waren geweest van intensieve studies, en hij was ook niet de enige "ontdekker" van de bloedsomloop. De Egyptische arts Ibn Al-Nafis had 300 jaar eerder al grote vooruitgang geboekt toen hij de kleine bloedsomloop verklaarde. Enkele van de hypothesen van Harvey bleken later onjuist te zijn en zijn theorie zelf was incompleet. Een recent boek beweerde dat het algemeen aanvaarde verhaal dat Harvey het bestaan van haarvaten voorspelde een mythe zou zijn. Maar zijn belangrijkste werk "An Anatomical Study of the Motion of the Heart and of the Blood in Animals" ("Een anatomische studie van de beweging van het hart en van het bloed in dieren") had volgens historicus Michael Hart "ongetwijfeld een onmetelijke invloed op de westerse medische praktijk", en zijn "Essays on the Generation of Animals" ("Verhandelingen over de voortplanting van dieren", 1651) legde tevens de basis voor de moderne embryologie. Hij schreef: Ex ova omnia ("Alles uit een ei").

Diagram van de bloedsomloop door William Harvey


Harveys slimme experimentele aanpak, die de bloedcirculatie aantoonde van de ene naar de andere zijde van het hart, via de longen en door het lichaam in één grote omloop, is goed bekend (het is interessant dat hij helemaal niet onder de indruk was van de meningen van Francis Bacon, een van zijn patiënten). Er zijn veel afbeeldingen te vinden van Harvey die zijn vingers op precieze locaties op de aders van de arm plaatst om zijn ideeën te illustreren. In de seculiere literatuur zijn de details te vinden van de manier waarop Harveys theorie de klassieke en middeleeuwse ideeën wist te overwinnen aangaande de beweging van bloed, de functie van aders en slagaders, de werking van kleppen in de aders en de rol van het hart. Leergierige geschiedenisstudenten kunnen deze details dus gemakkelijk zelfstandig ontdekken. Wat ons hier bezighoudt, is William Harveys plaats in de christelijke invloed op de wetenschap. Enkele bewaard gebleven verwijzingen bieden ons een glimp van zijn motivatie en zijn geloofsovertuigingen.

Robert Boyle herinnerde zich hoe Harvey, vlak voor zijn dood, de jonge chemicus vertelde wat de aanwijzing voor zijn ontdekking was geweest. Boyle schreef, 31 jaar na Harveys dood, over hoe hij de uitmuntende arts had gevraagd naar de dingen die hem hadden geleid tot zijn overwegingen over de bloedsomloop:

    Hij antwoordde mij: toen hij opmerkte dat de kleppen in de aders van zo veel verschillende lichaamsdelen zó geplaatst waren dat zij het bloed vrijelijk naar het hart lieten vloeien, maar de doorstroom van het bloed in de aderen in de tegenovergestelde richting tegenhielden, stelde hij zich voor dat een zó voorzienige oorzaak als de natuur zo veel kleppen niet zonder ontwerp zou hebben geplaatst; en geen ontwerp leek waarschijnlijker - omdat het bloed door de tussenliggende kleppen niet gemakkelijk via de aders naar de ledematen zou kunnen vloeien - dan dat het bloed via de slagaders moest worden gestuurd en via de aders moest terugkeren, waarvan de kleppen de stroom in die richting niet tegenhielden. [nadruk toegevoegd]

Om te voorkomen dat men denkt dat "ontwerp door de natuur" deïstisch zou zijn, legt Emerson Thomas McMullen in "Christian History" (Nr. 76, XXI:4, p. 41) uit dat Harvey regelmatig "de werking van Gods oppermacht in zijn schepping prees, wat hij 'de natuur' noemde' ". Met andere woorden, we mogen geen 18e-eeuwse Franse ideeën teruglezen in 17e-eeuwse Engelse terminologie. McMullen, een doctor in de wetenschapsgeschiedenis en de wetenschapsfilosofie en een deskundige op het gebied van het leven van Harvey, citeert uitspraken die laten zien dat Harveys "voorzienige natuur" een actieve, intelligente, wijze, persoonlijke actor was: de natuur voorbeschikt, verordent, geeft gaven, voorziet, balanceert, is zorgvuldig. Harvey sprak van het "bedreven en zorgvuldige vakmanschap van de kleppen en de vezels en de rest van het weefsel van het hart." Volgens McMullen kwam Harveys belangrijkste prestatie, de uitleg van de bloedsomloop, gedeeltelijk tot stand "omdat hij zich afvroeg waarom God zo veel kleppen in de aders had geplaatst en maar enkele in de slagaders." Hij geloofde dat de natuur dat niet nodeloos zou doen.

Bovendien zag William Harvey de natuurfilosofie als een heilige roeping. Dit terugkerende thema in deze reeks blijkt duidelijk uit een opmerking die hij maakte tegen een vriend: "Het onderzoek van de lichamen van dieren heeft mij altijd al genoegen geschonken; en ik was van mening dat wij daaruit niet alleen inzicht in de lichtere mysteries van de natuur zouden kunnen verkrijgen, maar daarin ook een soort beeld of weerspiegeling van de almachtige Schepper zelf zouden kunnen ontdekken" (McMullen, idem). Deze blik op Harveys leitmotiv laat zien dat hij zijn wetenschappelijke studies vrijelijk met een aanbiddende geest ondernam, niet onder dwang als een naturalist die gevangen zit in een overwegend christelijke cultuur. McMullen zegt dat William Harvey "zijn hele leven lang nadacht over het doel" van anatomie en fysiologie; in al zijn werken bleef hij dit opmerken in pogingen om de ultieme oorzaak van dingen te ontdekken. Dit was meer dan Aristotelianisme. "Harvey was een christen", schrijft McMullen ondubbelzinnig, "die geloofde dat doelgerichtheid in de natuur een weerspiegeling was van Gods ontwerp en intenties." De aantrekkingskracht van de mogelijkheid om een glimp op te vangen van de gedachten van God, om te kunnen begrijpen hoe Hij de dingen liet werken, met de hoop om zowel God als zijn werken beter te begrijpen, is gedurende de ontwikkeling van de moderne wetenschap een dikwijls voorkomende en productieve kracht geweest.

Tot op welke hoogte het christelijke geloof in Harveys persoonlijke leven tot uitdrukking kwam is moeilijk met zekerheid te zeggen, maar McMullen beweert dat Harvey beïnvloed werd door de calvinistische omgeving op Cambridge. Bovendien had hij George Estey, een geestelijke en leraar Hebreeuws, als mentor. Enkele anekdotes onthullen dat zijn geloof méér was dan een culturele of intellectuele instemming met de heersende opinie. Zo verwees hij ooit naar het verslag van de apostel Johannes over de kruisiging toen hij sprak over het hartzakje, een aanwijzing dat hij bekend was met de Schrift. Bij een andere gelegenheid, toen hij sprak over de geboorte, had hij het over de zwangerschap van Maria. Het is interessant dat hij haar kind niet slechts "Jezus" noemde, maar "onze Redder Christus, van alle mensen het meest perfect".

Een ander citaat van Harvey is bijzonder verhelderend wat betreft de relatie tussen de Bijbel en wetenschap. Dit is een voorbeeld van een Schriftuurlijke passage die aangehaald kan worden als zowel een wetenschappelijk feit dat duizenden jaren later werd vastgesteld, als een principe dat diende als een stimulans voor wetenschappelijke ontdekkingen. In Leviticus 17:11 schreef Mozes, door God ingegeven: "Want het leven van het vlees is in het bloed." En in vers 14 zegt God via Mozes: "Want het is het leven van alle vlees. Hun bloed staat voor hun leven... want het bloed is het leven van alle vlees." We moeten ter herinnering brengen dat de Griekse leer dat ongebalanceerd lichaamsvocht de oorzaak van ziektes was, niet zou worden afgedankt tot de tijd van Pasteur 200 jaar later. Vele jaren lang zouden artsen routinematig aderlatingen uitvoeren om de balans te herstellen, wat vaak de dood versnelde omdat juist de levenschenkende stof werd verwijderd die God in de bloedcirculatie had geplaatst om het hele lichaam te voeden. Hadden de artsen dit Bijbelse inzicht, dat door Harvey in ere werd hersteld, maar serieus genomen. Dit was wellicht zijn belangrijkste ontdekking. Volgens McMullen concludeerde Harvey na het uitleggen van de bloedsomloop dat "het leven daarom in het bloed zit (zoals ons in onze heilige geschriften wordt verteld)." Harvey citeerde deze specifieke passages uit Leviticus ook wanneer hij sprak over het begin van het leven. Hierin steekt een les voor de wetenschappers van de 21e eeuw. Als de Bijbel werkelijk het Woord van de Schepper is, dan zou hij ons aanwijzingen moeten geven die nieuwe onderzoeksgebieden kunnen openen - zelfs als de Bijbel in eerste instantie niet bedoeld was als een wetenschappelijk tekstboek. Er zouden nog veel meer wetenschappelijke inzichten kunnen bestaan die in de pagina's van de Schrift ontdekt kunnen worden. Zou de Bijbel ons kunnen helpen om de grootste wetenschappelijke vragen van onze tijd te ontsluiten? Zou hij ons voor desastreuze fouten, zoals aderlatingen, kunnen behoeden? Laat een nieuwe generatie wetenschappers het Woord van God op de proef stellen!

In de Bijbel is het hart vaak een symbool voor het innerlijke wezen van de mens: zijn gedachten en zijn wil. Met dit hoofdstuk in de geschiedenis van de wetenschap in gedachten, is de raad van Spreuken 4:23 cruciaal, in zowel figuurlijke als letterlijke zin: "Bewaak je hart beter dan alle andere dingen", schreef Salomo door de Geest ingegeven, "want in je hart is de bron van het leven." Harvey zou het hier volledig mee eens zijn geweest. Hij zei het als volgt: "Het hart is de huisgeest die, wanneer hij zijn functie uitvoert, het hele lichaam voedt, koestert en leven schenkt, en is werkelijk het fundament van het leven, de bron van alle handelingen."

Volgende pagina


Emerson T. McMullens korte artikel over Harvey is geplaatst op deze website over de geschiedenis van het Christendom. Dit volledige nummer 76 van Christian History bevat een schat aan informatie over christenen in de geschiedenis van de wetenschap, inclusief ons eigen hoofdstuk over van Leeuwenhoek.

McMullen heeft een langer artikel over William Harvey dat oorspronkelijk gepubliceerd werd op de website van Georgia Southern University. Hij bespreekt hierin de details van Harveys hypothese en ontdekking. Een kortere verhandeling op dezelfde website vermeldt Harvey in "De Bijbelse basis voor de moderne wetenschap".

Het Internet History of Science Sourcebook van Fordham University bevat links naar passages die bewaard zijn gebleven uit Harveys originele werken.