3.6. William Herschel
(1738 - 1822)

William Herschel De vader van de stellaire astronomie en de trots van de Engelsen in de late 18e en de vroege 19e eeuw was noch Engels, noch van huis uit een wetenschapper. Hij was een in Duitsland geboren joods-christelijke immigrant en musicus. Friedrich Wilhelm Herschel (die in zijn nieuwe thuisland William Herschel werd genoemd) was een pionier van de hemelen, die Galileo’s eerdere pogingen om de sterrenhemel in kaart te brengen tot nieuwe hoogten leidde. Patrick Moore noemt Herschel de grootste waarnemer die ooit heeft geleefd.

Al was Herschel aanvankelijk slechts een amateur, toch bouwde hij de grootste telescopen van zijn tijd. Hij bracht ontelbare nachtelijke uren in de koude buitenlucht door, op een ladder bij het oculair van zijn instrumenten. Zo ontdekte hij binaire sterren, nevels en gaswolken (nebulae), kometen en de planeet Uranus. Hij was de eerste mens sinds de oudheid die een nieuwe planeet ontdekte. Hij bewees dat de wetten waaraan onze aarde en maan onderworpen zijn, overal in het heelal hetzelfde zijn. Hij vergrootte het besef dat de aarde en de zon slechts minuscule stippen zijn te midden van duizenden vergelijkbare zonnen. Hij startte het moderne astronomische project om de aard van nevels en gaswolken, de verdeling van de sterren in ons sterrenstelsel en onze eigen plaats daarin te begrijpen. Hij ontdekte het onzichtbare infrarood licht. Naast zijn wetenschappelijke waarnemingen werd William Herschel een toonaangevende natuurfilosoof en een vriend van koningen en intellectuelen. Desondanks werd hij beschreven als een man met een vroom, maar simpel christelijk geloof.

We mogen niet vergeten om ook zijn zuster Caroline en zijn zoon John William aan de Herschel-legende toe te voegen. Beide rezen tot grote hoogten. Williams vader was de kapelmeester van de stadswacht van Hannover. Al zijn kinderen waren getalenteerde muzikanten; William werd een kundig hobospeler. De problemen die ontstonden door de Zevenjarige Oorlog deden hem naar Engeland uitwijken, waar hij met nauwelijks een munt op zak aankwam. Zijn muzikale talenten voorzagen hem van een inkomen; hij werkte als kerkorganist en als hobospeler. Zeven jaar na zijn aankomst in Engeland begon hij serieus te werken aan een hobby waar hij altijd al van had genoten: astronomie. Hij vond de telescopen van zijn tijd niet krachtig genoeg. Hij leerde hoe hij zelf spiegels kon slijpen en besteedde al zijn vrije tijd (wanneer hij geen muziek maakte) aan het perfectioneren van die vaardigheid. Patrick Moore zegt dat een van zijn eerste projecten bestond uit het vervaardigen van een objectief van 5 inches (ongeveer 13 centimeter); hij slaagde daar pas na tweehonderd pogingen in.

Tegen 1774 waren ook zijn broer en zus in Engeland aangekomen. Caroline trok bij William in en werd zijn assistente. Williams wetenschappelijke carrière kwam echt van de grond toen hij de Orionnevel zag. Hij ging daarna nog 37 jaar door met zijn werk. Hij maakte steeds grotere en betere telescopen. Op een gegeven moment had hij in zijn huis (Observatory House in Slough) een spiegel van 48 inches (1,22 meter), met een gewicht van meer dan een ton en een koker van maar liefst veertig voet (13 meter), geplaatst op een gigantische houten stijger. Caroline, kort en ongehuwd, was haar broers belangrijkste helper. Zelfs nadat William op 50-jarige leeftijd in het huwelijksbootje stapte, bleef ze dicht bij hem. Niet alleen deed ze de boekhouding, ze was zelf ook een belangrijk waarnemer. Ze ontdekte zes kometen (waarin men veel interesse had in die tijd) en werd uiteindelijk - op 96-jarige leeftijd - voor haar werk door de koning van Pruissen geëerd met een koninklijke onderscheiding. Ze was tot haar dood op 98-jarige leeftijd een beroemdheid. Caroline zelf hechtte echter weinig waarde aan die faam. Net zoals de maan het licht van de zon weerspiegelt, zo was zij tevreden met haar bijrol als assistente van haar beroemde broer.

William ontdekte Uranus toevallig toen hij op een dag naar de hemelen tuurde. Omdat hij de eerste mens was die sinds de oudheid een nieuwe planeet in een baan rond de zon ontdekte, bracht deze ontdekking hem grote faam. Koning George III stelde hem aan als koninklijk astronoom, wat hem een permanent salaris verschafte. Hierdoor kon hij zijn muzikale carrière vaarwel zeggen en zich volledig richten op zijn astronomische werk. Hij wilde de koning eren door de nieuwe planeet naar hem te vernoemen, maar andere astronomen stemden tegen; zij wilden dat hij voortborduurde op het bestaande patroon, waarin planeten vernoemd werden naar mythologische goden. En dus werd de naam Uranus gekozen. Uranus is een vreemde planeet die vanwege haar energie, samenstelling en helling, moeilijk verklaard kan worden met behulp van naturalistische theorieën. De planeet heeft een helling van 98 graden en draait, samen met haar gevolg van manen, in een bijna cirkelvormige baan om de zon. Nog vreemder is de ontdekking die in 1986 door het Voyager ruimtevaartuig werd gedaan, namelijk dat het magnetische veld sterk gekanteld en niet gecentreerd is. Niemand heeft hier ooit een goede verklaring voor gevonden. Een van haar manen, Miranda, heeft een van de vreemdste oppervlakken die ooit zijn waargenomen, waaronder een zó’n hoge rotswand dat een mens, met de zwakke zwaartekracht van die wereld, een vrije val zou maken van maar liefst acht minuten als hij van die klif zou afstappen. Over manen gesproken: Herschel ontdekte ook twee manen van Saturnus (Mimas en Enceladus). Wat voor een uitdrukking zou hij op zijn gezicht hebben gehad als hij de close-upfoto’s had kunnen bekijken die vandaag de dag gemaakt worden door ruimtevaartuigen als de Cassini van objecten die voor hem slechts zwakke lichtpuntjes waren in het oculair van zijn telescopen.

Een van Herschels belangrijkste doelen was om de hemelen systematisch te bestuderen en de verdeling van de sterren in kaart te brengen, en zo een beeld te krijgen van de positie van de zon in relatie tot het Melkwegstelsel. Vanwege enkele aannames die later incorrect bleken te zijn, plaatste hij de aarde in het centrum van een enigszins platte, langwerpige vorm. Desalniettemin was het een belangrijk beginpunt. Herschel was een vlijtig waarnemer en was altijd bereid om zijn hypothesen op te offeren op het altaar van nieuw bewijs. Aanvankelijk dacht hij dat binaire sterren zich toevallig op één lijn bevonden, maar latere waarnemingen toonden aan dat zij zich in een baan om elkaar heen bewegen. Hij dacht dat nebulae bestonden uit sterren die door de grote afstand slechts zwak zichtbaar waren, maar besefte later dat ze bestonden uit stof of gas. Herschel gaf ons de onfortuinlijke term "planetaire nebulae", omdat deze objecten er voor hem in eerste instantie uitzagen als planeetachtige schijven; maar zij hebben niets van doen met planeten en bevinden zich ver buiten ons zonnestelsel. De Hubble ruimtetelescoop heeft ons getoond dat een groot aantal van deze nebulae briljante, kleurrijke sterrenexplosies zijn met complexe zandloper- of spiraalvormige structuren. Enkele vertonen tekenen van herhaalde gebeurtenissen waarbij massa ging verloren. In totaal catalogiseerde Herschel meer dan 90.000 sterren, veel meer dan enige van zijn voorgangers, en hij bracht het aantal bekende nebulae van 103 naar 2500. Het meest mysterieus waren de niet-planetaire nebulae. Herschel overwoog Immanuel Kants idee dat deze mogelijk verre en afzonderlijke sterrengroepen waren - sterrenstelsel zoals ons eigen Melkwegstelsel - maar het bewijs hiervoor zou pas 202 jaar na Herschels dood worden gevonden. Een andere belangrijke bijdrage van Herschel was de kalibratie van de oude stellaire magnitudeschaal van Hipparchus; hij stelde vast dat een verschil van vijf magnitudes op deze schaal overeenkwam met een verandering in helderheid van 100. Herschel diende tijdens zijn productieve leven 90 werken in voor publicatie bij de Royal Society. Patrick Moore zegt: "Meer dan enige andere mens gaf hij de stellaire astronomie een bijzonder krachtig fundament... hij werd in 1816 geridderd, hij ontving elke mogelijke eer die de wetenschappelijke wereld kon verstrekken en hij werd de eerste voorzitter van de nieuwe Astronomical Society of London (tegenwoordig de Royal Astronomical Society). Hij presenteerde zijn laatste wetenschappelijke artikel toen hij al tachtig jaar oud was en bleef actief tot bijna aan zijn dood (25 augustus, 1822). Hij ligt begraven onder de toren van de oude Anglicaanse kerk in Slough, Engeland.

Alle bronnen die ik erop heb nageslagen zijn het met elkaar eens dat William Herschel oprecht godsdienstig was, maar geen enkele is gedetailleerd genoeg om eruit te kunnen afleiden of hij werkelijk een "wedergeboren" christen was. Zijn gezin ging regelmatig naar de kerk, maar het is mogelijk dat William de kerk meer bezocht als muzikant dan als gelovige. Was hij slechts een zondagschristen, en de rest van de week een seculiere astronoom? N.S. Dodge schreef in 1871 over het oprechte christelijke geloof van de familie Herschel, maar Dan Graves ("Scientists of Faith", p. 115) noemde hem "op zijn hoogst een christen in naam". Herschel hield er enkele vreemde ideeën op na: hij geloofde dat de andere planeten, de maan en zelfs de zon bewoond waren (maar dat geloof werd gedeeld door een groot aantal andere mensen in zijn tijd). Enkele van zijn werken lijken uit te gaan van lange tijdperken en de betekenisloosheid van de mens in een heelal dat niet alleen wordt bevolkt door ontelbare sterren, maar misschien ook wel door andere beschavingen. Hij spreekt over de Auteur en de Schepper van de hemelen, maar maakt geen gewag van de Schrift of de godheid van Jezus Christus. Herschel dineerde met Hume en LaPlace, de sceptici, maar dit kan, voor een waardigheidsbekleder die regelmatig in contact kwam met de intellectuelen van zijn tijd en met de beschaafde wereld, niet zomaar gelijkgesteld worden aan gelijkgezindheid. Uit enkele van de aantekeningen in zijn dagboek lijken we te kunnen concluderen dat zij meer spraken over muziek en de fijne keuken dan over filosofie of theologie. In "The Scientific Papers of Sir William Herschel", in 1912 gepubliceerd door de Royal Society, verhaalt hij over een voorval waarbij de Eerste Consul en LaPlace een meningsverschil hadden over de naturalistische filosofie. Herschel schreef in zijn dagboek:

    "Het geschil werd veroorzaakt door een uitspraak van de Eerste Consul, die op een roepende of bewonderende toon vroeg (toen we het hadden over de uitgestrektheid van de sterrenhemel): ‘en wie is dan de auteur van dit alles?’ M. de La Place wenste te argumenteren dat een reeks natuurlijke oorzaken een verklaring zou zijn voor de bouw en het behoud van dit wonderbaarlijke systeem; dit werd door de Eerste Consul tegengesproken. Er kan veel over dit onderwerp gezegd worden, maar wanneer we de argumenten van beiden samenvoegen, komen we tot de conclusie ‘de Natuur en de God van de Natuur’."

Compromis? Theïstische evolutie? Een weifelachtig geloof in God, of tekenen die duiden op een echte gelovige? Het is moeilijk te zeggen. Nadat hij zegt dat er veel over dit onderwerp gezegd kan worden, verandert hij in zijn dagboek namelijk van onderwerp.

Een redacteur van de Royal Society heeft ons een intrigerende voetnoot nagelaten, aangaande enkele verloren brieven van Herschel:

    "Deze brieven, die samen wel 400 pagina’s beslaan, zijn behouden, maar wij hebben ze niet ter beschikking. Men heeft ons verteld dat Herschels filosofie door deze brieven heen is geweven en zelfs zijn muzikale studies met verwijzingen van een oprechte soort naar de Schepper als een weldadige Godheid, en dat hij zijn dankbaarheid uitdrukt en Hem met een biddende geest aanspreekt."

Nogmaals, dit zou ook gezegd kunnen worden van een unitariër of een deïst, maar lijkt toch te zinspelen op iets meer. In een filosofische uiteenzetting over "Vrije wil en determinisme" lijkt hij zich uit te spreken tegen de deterministen (mensen die geloven dat de natuurlijke orde noodzakelijkerwijs moest leiden tot de orde die wij tegenwoordig waarnemen). Dit zou overeenstemmen met het idee dat God zich mengt in de aangelegenheden van de mens.

Diverse christelijke biografieën zijn het eens met de mening van Henry Morris dat de volgende uitspraak van Herschel zou zijn: "Een goddeloze astronoom moet wel krankzinnig zijn" ("Men of Science, Men of God", p. 30). Helaas heb ik dit niet zelf kunnen bevestigen. De bijna identieke zin "Een goddeloze astronoom is krankzinnig" is te vinden in een gedicht met de titel "Night Thoughts" van Edward Young, wiens leven dat van Herschel gedeeltelijk overlapte Mogelijk was het gedicht geïnspireerd op het leven van Herschel, of was het daadwerkelijk een uitspraak van hem. Het lijkt niet onredelijk om aan te nemen dat de uitspraak een weerspiegeling zou zijn van Herschels gevoelens over zijn eigen werk, maar ik wil er toch voor waarschuwen dat we dit citaat niet zomaar aan Herschel moeten toeschrijven. Het lijkt duidelijk dat Herschel een vroom en biddend mens was, dat hij genadig, vriendelijk en moreel goed was. Maar dat is niet genoeg om te concluderen dat hij werkelijk geloofde in het evangelie van Jezus Christus.

De bronnen die ik ter beschikking had, bieden niet genoeg bewijs om William Herschel meer te noemen dan een naamchristen. Wetenschappers in deze tijdsperiode, de zogenaamde Verlichting, waren gecharmeerd van de natuurwetten. Zij voerden Newtons nadruk op wetten naar nieuwe (extreme) hoogten en - bewust of onbewust - neigden zij ertoe om God en zijn handelen te distantiëren van de alledaagse werking van de wereld. Het is niet duidelijk waar Herschel past in dit plaatje. Maar zelfs als hij tekortschiet als voorbeeld van een degelijk Bijbelse christen, dan nog is hij een duidelijk voorbeeld van iemand die geloofde in een goddelijke Schepper en Auteur van de natuurwetten, die onze aanbidding en bewondering waardig is. Als zodanig zette hij op zijn minst de traditie voort van een empirische wetenschap die werd gemotiveerd door het christelijke wereldbeeld.

Observatory House werd in 1960 gesloopt, maar de koker van Herschels grote telescoop wordt in het observatorium van Greenwich bewaard ter nagedachtenis aan de jarenlange, nauwgezette waarnemingen van de hemelen door een man die met ontzag vervuld was voor de wonderlijke grootsheid en orde van de schepping. In de zomer van 1986 voerde het Voyager 2 ruimtevaartuig een historische flyby uit van de planeet Uranus. De Anglicaanse St. Laurence kerk in Slough, Engeland, waar Herschel ligt begraven, werd recentelijk gerestaureerd na vele jaren van verwaarlozing. In februari 2001 werd de kerk voorzien van een nieuw glas-in-loodraam waarin de astronomische ontdekkingen van Herschel werden afgebeeld. Een ander raam citeert Psalm 8:4-5:

"Als ik zie hoe mooi de sterrenhemel is, als ik kijk hoe prachtig U de maan en de sterren heeft gemaakt, dan vraag ik mij af: "Hoe kan het dat U aan de mens denkt? Hoe kan het dat U Zich met hem bezighoudt?"

Volgende pagina


William Herschel was bovendien de componist van een groot aantal muziekwerken. Klik hier voor meer informatie.

Bezoek de website van de gerestaureerde St. Laurence kerk in Slough, en bekijk de foto van het prachtige Herschelraam.

Leer alles over de planeet Uranus van de organisatie die in 1986 de Voyager 2 naar deze planeet bracht, namelijk het Jet Propulsion Laboratory.

Kijk eens naar de volledige catalogus van Herschels hemellichamen. Deze site heeft ook biografische informatielinks naar andere interessante sites.

Op vakantie in Engeland? Bezoek dan ook eens het Herschel Museum in Bath, waar William Uranus ontdekte en waar hij en Caroline lange tijd woonden voordat ze naar Slough verhuisden.